De sonnettine is een uitvinding van Jan Boerstoel, al bedacht Drs. P de naam. Het bestaat uit twee vierregelige strofen en sluit af met een distichon. De sonnettine heeft bij voorkeur een theatraal slot.
 
Deze versvorm is ontstaan toen Jan Boerstoel voor een reclamebureau een minipoëzieboekje moest schrijven. Het boekje, Poésie d'Amour, bevat een rondeel én de zeven ‘oersonnettines'. Boerstoel schreef de gedichten voor de Franse promotie-organisatie Sopexa. Het boekje moest aan de hals van een fles Bergeracwijn bevestigd worden. Aanvankelijk koos Boerstoel voor (shakespeare)sonnetten, maar daar bleek te weinig ruimte voor te zijn. Dus besloot hij een kwatrijn weg te laten.
 
Inmiddels schreef hij honderden sonnettines en werd de versvorm opgepikt door andere dichters.

Rijmschema

abba cddc ee
ook abba abba cc komt voor.


Overige informatie

In het begin was uitvinder Jan Boerstoel zeer streng met zijn nieuwe vorm. Laten werd hij losser in de leer. Werd het gedicht in het begin altijd met een distichon afgesloten, later kwam de clou ook wel eens pas met de laatste regel. Verder is ook het geslacht van rijmen minder vast geworden. Het maakte steeds minder uit of een versregel mannelijk, vrouwelijk of glijdend rijmend eindigde. Geleidelijk aan is hij ook meer gaan enjamberen. Wat gebleven is (en blijft) is het omarmend rijm en het bij voorkeur ‘theatrale' slot. Zeer de moeite waard voor vrijwel alle onderwerpen.  

Meer informatie

Zie Poésie d'Amour, Jan Boerstoel, 1983
Zie ook 'Veel werk', Jan Boerstoel, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2000

Dessert
 
Hier weten ze de eetlust op te wekken!
Maar wij zijn voor vanavond uitgesmuld.
De kip was ongeloofelijk gevuld
om maar te zwijgen van de ganzennekken.
 
Moeten wij nu nog pêches des vignes eten,
temidden van de wijngaard opgegroeid?
De wijn heeft al zo rijkelijk gevloeid,
dat ik nu van geen perzik meer wil weten.
 
En dan, hoe goed het nagerecht ook zij,
het beste komt hierna en dat ben jij.


Jan Boerstoel, uit Poésie d'Amour

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gilbeurt (Tilburgs sonnet)



Het is ook zo’n gedoe om elke morgen
uit bed te stappen met een blij gevoel.
De tegels en de dageraad doen koel
als jij het lome lichaam gaat verzorgen.

Dan het ontbijt en naar de werkplek toe.
De trein is vol; je moet een uur lang staan,
wat mede wordt veroorzaakt door vertraging.

Door die vertraging kom je later aan,
hetgeen je baas beschouwt als een misdraging.
Die pennenlikker maakt je levensmoe.

Je mag naar huis; ’t is tijd voor lijfsbehaging.
Voor de tv zeg je geen ba of boe.
Je slaapt al half, je moet naar bed toe gaan.

Naar bed toe gaan, het is ook zo’n gedoe.