Eerder een rijm- dan een versvorm. Kenmerk: binnenrijm. In de (d)e(e)f rijmt de tweede regel in het midden op het eindwoord van de eerste regel. De derde regel rijmt in het midden op het eindwoord van de tweede enz. Aan het slot komt rondsluitend rijm.
(a)b(b)c((c)d(d)e(e)xxxxxxx(x)b(b)a
Help mee en lever informatie aan.