Het op-en-neersonnet is een uitvinding van Frits Criens. Dit sonnet is op de normale wijze te lezen, maar ook van boven naar beneden. Verder is de strofenbouw opvallend.

Rijmschema

aa bcbbc cbccb aa


Overige informatie

Lastig.


Meer informatie

Zie www.fritscriens.com


Voorbeeld

Autohandelaar

Occasions kopen maakt u desperaat
Dit is de preek die u te wachten staat

Mijn kwaliteit, daar valt uw mond bij open
Ik heb de beste service zonder meer
Al zou u tig garages af gaan stropen
Ik sta hier echt geen sloopblik te verkopen
Ik maak met liefde waar, wat ik beweer

Dit Fordje was van een gestorven heer
Zo'n superkoopje laat u toch niet lopen
Het buitenkansje gaat nog als een speer
Dit wonder is haast nieuw, mijn woord van eer
Een mega-aanbod, echt het is bezopen

U krijgt een punthoofd van zijn verkooppraat
Een autohandelaar weet van geen maat

(Frits Criens, uit De tweede ronde)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Na 5 ge4de verzen

De geest is niet gestaag actief,
o nee, ze is heel lui bij vlagen,
maar dan opeens wordt zij weer vief
en kent zij welbestede dagen
of nachten soms, die je nog steeds,
al wordt je oud karkas ook sleets,
probleemloos lijkt te kunnen skippen -
goed, rauwe keel en droge lippen,
maar dat komt van de sigaretten,
want roken doe je als een ketter.
Dan blaast een vlaag van inspiratie
je van creatie naar creatie,
al blijkt vrij vaak desanderendaags,
dat jou iets even moois als vaags
beroerd heeft dat de prullenbak
of, is die vol, een plastic zak,
in kan, rechtstreeks: papierverspilling;
je leest het met een lichte rilling
en slaat ontzet je lege handen
inéén en voor je mond vol tanden.

Maar ook gebeurt het, niet eens zelden,
dat je toch wèl iets had te melden.
Je leest het en glimlacht verzaligd,
zoekt of er nóg iets in je la ligt,
dat in de buurt komt van lyriek
en dus de toets van de kritiek
een dag nadien heelhuids doorstaan kan.
Maar nou en of! Je pinkt een traan van
geluk uit roodomrande ogen,
wat héét: je huilt nu, ongelogen,
en roept extatisch uit: "Wat ligt er
een toekomst vóór mij nog, als dichter!"

Dan is het oppassen geblazen
dat je niet straks, na tal van glazen
jenever in je stamcafé -
je vrienden drinken vrolijk mee,
géén vraagt er: wie zal dat betalen? -
haast de WC niet meer kunt halen
waar je zojuist verworven trots
met klodders slijm en gal en kots
afbrokkelt in de afvoerbuis -
en je weer dichter bent bij huis...