Het elftal is misschien wel de belangrijkste uitvinding van Drs. P. Het gedicht bestaat uit drie drieregelige strofen en sluit met een distichon.

Rijmschema

abc bcd cda ee (mmv mvm vmm, distichon vrij)


Overige informatie

Begin met het distichon en vul daarna de rest in.

Het elftal oogt danzij de drieregelige strofen, het onnadrukkelijke rijm en het daardoor pregnante distichon zeer fraai.


Meer informatie

Zie 'Versvormen, leesbaar handboek', Drs. P, Uitgeverij de Stiel, Nijmegen 2000

Zie ook 'Tientallen elftallen', Drs. P, Ars Scribendi, Hamelen

'Dozijnen onzijnen', Drs. P, Ars Scribendi, Hamelen

'3 x 3 + 2' Drs. P, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2006


Voorbeeld

Wildcat '69 Musclecar

Het monster drinkt geen bloed maar slurpt benzine
Hij wil graag dat je stevig in hem racet
Want daarvoor is natuurlijk zijn v8

Hij oogt als een gevaarlijk blinkend beest
Zijn zeven liter motor geeft hem macht
En dan zijn uitlaat en zijn racing slicks

Hij daagt je uit met al die paardenkracht
Want langzaam rijden is natuurlijk niks
In zo'n verdomd gespierde race machine

Nu zit ik hier een tralie door te vijlen
Wist ik veel dat hij snelheid toont in mijlen

(Quirien van Haelen, nog niet gepubliceerd)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De glimworm en de pad

Dag jongens en meisjes, laatst kwam ik een aardig werkje tegen van Jacob van Lennep en daar heb ik een antwoord bij geschreven.
Het origineel is uit: Vertalingen en navolgingen in poezy (1884)

DE GLIMWORM EN DE PAD
Een fabelVonk'lend door het loverduister,
Zelf onkundig van haar luister,
Licht-ster van de klavergrond,
Doolde een glimworm in het rond.
Uit het zwabbrig slijm gekropen,
Stort een pad, met vuil bedropen,
Op die fel gehate schijn
't Onweerstaanbaar moordvenijn.
‘Waarom doodt in arren moede,
Waarom doodt mij uwe woede,
Daar 'k u nooit beledigd had?’
‘Waarom licht gij?" bromt de pad.


DE GLIMWORM EN DE PAD
Een antwoord

Stinkend uit de diepste poelen
Onbewust van diep bedoelen
Slijmrig en van binnen goor
Sprong een pad de tuinpoort door.
Hij had juist met volle longen
Kworkend luid zijn lied gezongen;
Wordt zijn vel in twee gespleten
Door een glimworm aangevreten.
‘Kleine glimworm waarom bijt ge
Vleesbedervend giftig zijt ge
Mij de kikkerbillen blauw?’
‘Lieve pad, ik lust je rauw!’



ill: Baron van Hippelepip(1917)–Mien Visser-Düker