Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Laten we maar eens zien wat W.H. Auden te zeggen heeft (The Oxford Book of Light Verse, Oxford University Press 1938). Bij hem betekent ‘light’ ‘eenvoudig’ en is het kenmerkend voor de periode vóór Milton en Shakespeare toen gedichten makkelijk te begrijpen waren.
Terzakedoend waren ze ook niet. Juist. Daar kunnen we het mee doen.

Kingsley Amis dan maar (The New Oxford Book of English Light Verse, Oxford University Press 1979).  Welnee, wat een onzin, zegt die; bij hem begint light verse in de zeventiende eeuw (in de periode dat het volgens Auden wegkwijnde) als reactie op de onder Franse invloeden overdreven grandeur in de poëzie en betekent light het tegenovergestelde van ‘zwaar’ of ‘verheven’. Kijk eens aan. Dat schiet niet op wat duidelijke definitie betreft.

Russel (The Norton Book of Light Verse, W.W. Norton & Company 1986) Baker dan?
Volgens hem heeft light verse ‘geen introductie nodig’ en hij weigert dan ook een definitie te geven, daarbij het totale verschil van opvatting citerend tussen de bovengenoemde twee.
Dat is al heel vreemd. Hij definieert zijn werk vervolgens als een amusementspark voor lezers die vermaak zoeken. Hij weigert dan wel een definitie te geven maar wil nog wel kwijt dat light verse dol is op duistere boodschappen en zich toch wel erg nadrukkelijk bezighoudt met kindermoord.

Gelukkig is daar ook nog William Harmon (The Oxford Book of American Light Verse, Oxford University Press 1979) die uiteraard weer een andere mening is toegedaan en een vergelijking maakt tussen light verse en de komedie en alle elementen van de taalkundige en maatschappelijke functies van de laatste terugvindt in het light verse.
Hier is ook een opmerkelijke overeenkomst met de definitie zoals door Cees van der Pluijm geformuleerd: die scheidt nadrukkelijk de nonsenspoëzie van het light verse en ook Harmon zegt dat in de komedie geen plaats was voor clowns en gekken en weigert dan ook vormen als de Little Willie in zijn bloemlezing, van harte opgenomen door de anderen die trouwens weer andere verzen weigeren die niet aan hun definitie voldoen en elkaar om hun foute keuze verketteren.
(Little Willie komen we nog tegen in onze serie Een Reis rond de wereld in 80 versvormen, maar hier heb je er vast een als voorbeeld, dan snap je de afkeer van Harmon wellicht:

“Mother! Father! Hurry, hurry!
Something mammoth, fat and furry
Just jumped out of a banana!
It’s making off with Adrianna!”

“Hmmm,” says Mother, “is it handsome?
Did it not demand a ransom?”
Father frowns. “I must insist
We cross fruit off our shopping list.”)


En als klap op de vuurpijl: op de onvolprezen website www.textetc.com van John C. Holcombe vinden we, bij de Workshops onder ‘Analyzing the light verse poem’, samengevat het volgende: “Light verse bestaat uit vele vormen, inhoudende:
1 het maatschappelijke gedicht, dat puntig commentaar levert
2 het humoristische gedicht, (dat ook een duistere ondertoon kan hebben)
3 het nonsensgedicht
4 de limerick
5 de exotische vormen (rondelen, balladen e.d.)
6 serieuze poëzie: ‘De vorm kan ook serieus gebruikt worden zoals Sylvia Plath deed in ‘Lady Lazarus’ waar de schijnbare nonchalance het thema aanscherpt.

"Ash, ash -
You poke and stir,
Flesh, bone, there is nothing there –

A
cake of soap,
A wedding ring,
A gold filling.

Herr God. Herr Lucifer
Beware
Beware.
Out of the ash
I rise with my red hair
And I eat men like air"


Bent u daar nog? En inhoudelijk? Bij Amis vinden we voornamelijk rammelend rijm en haperend metrum en bij bijna allemaal, Hollander uitgezonderd, treffen we voornamelijk dichters, geboren of gestorven vóór 1900. En ook voor Hollander (zijn jongste dichter is geboren in 1932) ligt de bloeitijd rond 1920.
John Updike merkte in 1980 op dat sinds de moord op Kennedy de markt voor komische poëzie langzaam was opgedroogd.
En Robert L. Bates klaagde in een artikel uit 2007 bitter over het niveau van de hedendaagse light-verse dichters: “Rijk rijm, gewoon doen! Makkelijk zat! Maak lol! De hele zaak doet me denken aan de meubelproductie in een zaak waar het gereedschap bot is, het hout splijt, verbindingen niet sluiten en netjes polijsten te veel werk is (…) Toevallig is er een tijd geweest eerder in deze eeuw – zeg maar van 1920 tot 1960 - toen veel dichters poëzie schreven dat, zoals een criticus het omschreef, “onberispelijk van vorm, geleerde geestigheid en goede smaak” was”.

Van de  light-versedichters die aan de definitie van plezierdichter voldoen is voornamelijk bij Hollander werk opgenomen en daartussen zit degelijk werk van hoge kwaliteit, denk maar aan de higgledy-piggledy-uitvinders.
Maar voor het reusachtige Engelse taalgebied is het maar een schamel groepje dat het levert:
Peter DeVries, Anthony Hecht, John Hollander, Felicia Lamport, George Starbuck en John Updike: net meer dan een handvol van de  amerikaanse light-versedichters. Nogmaals: wij zijn verwend.

Het lijkt me helder: wie denkt met een Engelse term een duidelijke definitie in huis gehaald te hebben komt zeer bedrogen uit.
In Parnassus (14/2 1988) verscheen dan ook een essay van de hand van Richard Moore waarin hij dit allemaal met verbazing bekeek, hoewel hij in de opvatting over de vergelijking met de komedie wel iets zag, al wees hij de politiefunctie af, die de clowns de deur wees: “Als light verse simpel comic verse betekent, dan mogen we verwachten dat het ook de complexiteit, diepte en ernst bevat die we ook in andere vormen van de komedie (comedy) aantreffen”(…) de komedie kan, door zijn distantie, zijn licht-maken, omgaan met verschrikkingen op een wijze die buiten het bereik van de tragedie ligt – of kan er tenminste mee omgaan in een eeuw waarin de tragedie niet beschikbaar is”.
Om al deze redenen, zegt hij,”is het erg moeilijk te weten wat licht is en wat – noch ‘serieus’ noch ‘ernstig’ noch enig ander ander woord voldoet hier als tegenovergestelde, omdat, zoals quarks, lichtheid overal aanwezig is en daardoor onmogelijk te isoleren.
En toch weet iedereen op een persoonlijk niveau, en voorbij elk compromis, wat light is en wat niet (…). In het pogen zulk onderscheid te maken, maken we de oude fout het light verse onbeduidend te maken door het niet serieus te nemen.
En toch – en toch - mensen zullen zulk onderscheid maken en ikzelf zal het doen.
Laat ik even hoogdravend worden en zeggen dat we hier een voorbeeld hebben van de komische conditie, aanwezig in elk menselijk oordelen: we hebben categorieën nodig, metaforen, geloven om aan te hangen om ons gezonde verstand te bewaren; en we zullen moeten erkennen dat al die ontwerpen voorlopig zijn (…) we hebben een literaire scene nodig met uitgevers, critici en recensenten om onze dichterlijke ervaringen in te delen, ze netjes in afdelingen te plaatsen, zoals light verse, tragedie, enz. zodat we een meer samenhangend gesprek met onze vrienden kunnen voeren – en met onszelf; maar we hebben nog iets anders nodig – speciaal in Amerika, waar literaire scenes de neiging hebben snel belachelijk te worden: we hebben de spirit of lightness nodig om ons te vertellen – en ons te laten voelen- tot welke nonsens zulke bedenksels zo snel verworden.” Nou, dat is toch wel even iets om over na te denken. In ons land is er dan ook een mooie taak voor ons weggelegd.
Tenslotte komt hij tot deze definitie: light verse is simply verse that makes you laugh.

Nu maar weer eens een gedicht om even lucht te krijgen na deze zware kost. De stille verbijstering die in de zaal hangt geeft me mooi de gelegenheid nog een vrijverslightverse te debiteren (uit de verzamelbundel Light Years ’87):

The Red-Handled Hatchet

dinner depends
upon

the red-handled
hatchet

wedged in the chopping
block

beside nervous
chickens


(wordt vervolgd)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mathematrics

evenveel letters als
’t alfabet

welke gek gaat nu alle vierenveertig letters tellen