Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Kom, laten wij de lente eens bezingen,
al werd dat vele malen meer gedaan:
maar jubelend vergat men dan vaak dingen
waaraan ik nou eens niet voorbij wou gaan.

Kabaal ontbloeit, gelijk met de seringen,
uit open ramen loeit muzak weer aan;
motoren die het kwinkelen verdringen
van merel, lijster, mees en ortolaan.

Die aanslag op je zenuwen en oren
verdooft dan wel, maar laat de ogen vrij.
Wat schiet er niet omhoog als rijpend koren,

wat graast het gretig oog niet af in mei:
De malse meid met haar fluwelen huidje
in short en shirt, of strakgespannen truitje.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zuur

Wat had ik graag de naam Komrij gelezen
In dat verdomde teletekstbericht
Of Zwagerman: de lui die Driek misprezen
En hem kwalificeerden als ‘te licht’

De leden van het kunstenaargericht
Die nooit verzuimen terpentijn te pissen
Op elk niet door henzelf gepend gedicht
Kortom, figuren die ik niet zou missen

’t Is echter niet aan mij zulks te beslissen
Maar aan de Macht die het heelal beheerst
In al diens wijsheid nam Hij Driek van Wissen
De goeien, immers, gaan altijd het eerst

Drieks tegenstrevers voelen ‘m al aan:
Zij hebben nog een lange weg te gaan