Zaterdagavond zijn Michèl de Jong en Renske de Greef te gast bij Opium op TV. Beiden zullen spreken over Drs. P en zijn binnenkort te verschijnen ollekebollekebundel 'Jongste ontdekkingen'. Hiervoor heeft Michèl de Jong met Cees van der Pluijm de samenstelling verzorgd. Het programma is zo vriendelijk geweest om er een prijsvraag aan te koppelen. Je hoeft geen ollebolleke te schrijven, maar slechts te beantwoorden waarom Drs. P de naam 'ollekebolleke' gaf aan de destijds door hem geïntroduceerde versvorm. Vijf exemplaren van de nieuwe bundel worden verdeeld onder de goede inzendingen. Hier de link:
We kunnen ze niet allemaal op de voorpagina plaatsen, dus verwijzen we hier maar even naar het forum waar onder de rubriek 'Grafschriften' verschillende dichters zich blij maken met een dode mus.
Gelezen op de voorpagina van De Volkskrant van maandag 16 september 2013
We krijgen straks een jaar van louter liefde Het amoureuze tijdperk gaat beginnen Al wat in vroeger tijd de mensheid griefde
zal zijn verdwenen in het jaar van minnen
Dit wordt het einde van de babyflessen
Geen Nutrilon stroomt nog langs babykinnen
Een borst om zuigelingendorst te lessen
is ruim aanwezig in het jaar van minnen
Er zal geen plaats meer zijn voor filantropen
Geen hooggeschatte held mag nog naar binnen
De grenzen gaan voor zware jongens open
want volgend jaar is het het jaar van minnen
O ja, het wordt ook lastig bij het pinnen
Geen plussen zijn er in het jaar van minnen
De Nederlandse Poëzie Encyclopedie brengt vandaag een verkorte versie van de onvermoede wortels van het Dichterdesvaderlanddschap, waarover Jaap van den Born hier schreef in 2011. In het archief is dat niet meer terug te vinden na de hackerperikelen van vorig jaar, dus wie nog eens wil weten hoe het zit kan het hier nakijken.
Kijk niet maar mij, zie niet hoe ik verkommer
Ik stink en heb een haveloos gebit
Een luizenbos, een stoppelbaard en spit En daardoor loop ik elke dag weer krommer
Geen auto, slechts een aangevreten brommer
Hoe schamel zijn mijn leven en bezit
Mijn woordenschat: wat ziektes en veel shit
Geen prater dus, meer mensenschuwe grommer
Mijn wens: een kus van haar die ik aanbid
De boekenjuf in 't rijke Bos en Lommer
Onze Reizend Correspondent, de bekende radioloog Cees van der Pluijm, maakte ons attent op de volgende mededeling:
Met genoegen sturen wij u hierbij de link voor het zevende nummer van De Utrechtse Boekhouder (3e jrg., 2013, nr. 2), het gratis digitaal tijdschrift voor Utrechts literair erfgoed. U kunt het zevende nummer op een eenvoudige manier vanaf de website van Salon Saffier downloaden.
Aanwijzingen:• klik op deze link: er wordt dan om gebruikersnaam en wachtwoord gevraagd; voer als gebruikersnaam/username “boekhouder” en als wachtwoord/password “DUB2012” in (N.B. aanhalingstekens in beide gevallen weglaten!)• druk op OK en het bestand komt binnen.
Vooral doen, want het bevat een boeiend interview met Drs. P over zijn jeugdjaren in Utrecht.
Wel wordt in dit interview gemeld dat Drs.P nooit een gedicht over Utrecht geschreven heeft, wat onze immer alerte Polzerwatcher Michèl de Jong er toe bracht alle platen en cd's van Drs.P af te spelen om laat in de nacht te ontdekken dat op de 8e van 'Drs. P compilé complé' dit nummer te beluisteren valt van een optreden op 19 april 1980 in Soest:
Ik zocht laatst op een zondag al mijn fotoalbums op
En vond zowaar een foto van mijn liefste oudoom Blob
Oom Blob die was getrokken uit de zware Friese klei
Zijn uiterlijk dat paste daar verwonderlijk goed bij.
Met schoenen maatje ‘roeiboot’ en zijn uitspraak nogal plat
Het liefst verblijvend mét zijn varkens in het modderbad
Helaas was zijn relatie met de buurt ietwat bekoeld
Want, zeiden zij, het modderbad is niet voor Blob bedoeld
Een grote kale kop maar met een petje op zijn kruin
Marcherend in een houding die werd aangeduid als ‘schuin ‘
Dat had dan uiteraard een wat voorspelbaar resultaat
zijn tochten kwamen steevast uit in een publieke straat
Zijn broek te kort en op zijn billen dansten zijn bretels
Want zo was Blob ook nog een keer, heel onverwacht rebels
(Dit gedicht is een bout-rimé op het gedicht 'De Blob' dat je vindt bij 'co-producties')
De negende editie van de Stadsdichterswedstrijd in Lelystad afgelopen zaterdag (hier een uitgebreid verslag) leverde een bekende tweedeprijswinnaar op: onze eigen vaste In-Memoriamdichter Hans Manders, met een ode aan Nijmegen. Van harte proficiat!
Ode aan mijn studentenstad
Nu alle drie mijn kinderen er wonen
Op kamers ginds in mijn studentenstad
Herleeft de mooie tijd die ik er had
En wil ik haar mijn liefde nogmaals tonen.
O Nijmegen, ik wil jou graag bekronen.
Al werd dan de relatie ook een LAT
Toch wil ik jou hier laten weten dat
Ik nooit een stad zag die jou kon onttronen.
Ik woonde vier jaar lang in Brakkestein
En daarna nog eens vier jaar op drie plekken
Maar zelfs in Dukenburg had ik het fijn.
Wat ik toen in die jaren mocht ontdekken
Bleek later steeds een rijke bron te zijn.
Ik zal nooit echt uit Nijmegen vertrekken.