Het nieuwe nummer van het digitale light-versetijdschrift LightenUp (hier te bekijken) is uit met o.a dit gedicht:
Melanie Branton: The Man in the Grip of a Bad Midlife Crisis
If a man in his fifties has changed past compare,
If he looks like he’s wearing his clothes for a dare,
If he’s grown a naff goatee and shaved off his hair
And he starts wearing jewellery, then, mark, my advice is:
That man’s in the grip of a bad midlife crisis
He stops wearing ties and he starts chewing gum,
Sports T-shirts with slogans as daft as they come,
Wears trendy jeans cut so tight round the bum
That, if he’s not careful, they’ll give him cystitis,
The man in the grip of a bad midlife crisis
If he jacks in his job, ‘cause he says it’s “too beige”
And he wants to play drums or to go on the stage,
If he ogles young girls who’re a fraction his age,
Gives rein to his whims and indulges his vices,
That man’s in the grip of a bad midlife crisis.
If he buys a Ferrari and dumps his old Rover,
If he suddenly thinks he’s the new Casanova,
If his aftershave stinks, ‘cause he’s “splashed it all over”,
That man who now reeks of cheap booze and Old Spice is
A man in the grip of a bad midlife crisis.
He stops watching quiz shows he used to adore,
Says he finds Countdown a bit of a bore,
Starts list’ning to hip-hop, not Radio Four.
He buys what he wants and thinks, “Sod what the price is!”,
The man in the grip of a bad midlife crisis.
Though he acts like a fool, there’s no need for alarm.
Though he spouts cheesy chat-up lines, oozing with smarm,
Don’t judge him too harshly: he means no real harm.
He’s mad and he’s sad, but he’s basically nice, is
The man in the grip of a bad midlife crisis.
Bladerend in de immer uitdijende Nederlandse Poëzie Encyclopedie miste ik opeens een naam: Wouter Noordewier.
Een naam die ik alleen kende van een merkwaardige ervaring van negentien jaar geleden, toen ik een brief van hem mocht ontvangen, die verband hield met een uitgave van Zuid-Amerikaanse gedichten. Was hij wellicht geen dichter en enkel vertaler?
Google meldde dat hij een gedicht had gepubliceerd in een literair blad (zie hier), dat onderdeel was van een cyclus en dat hij, hoewel geboren in 1935, in elk geval in 2010 nog actief was met een literaire practical joke die me niet echt verbaasde, en verontwaardiging bij de een en geamuseerdheid bij de ander opriep.
Ik ben bang dat het niet grappig bedoeld was, maar dat er een vileine mensenhaat en jalousie de métier achter steekt.
Terug naar 1994, toen op een avond de telefoon ging en een oudere mannenstem zich meldde met het volgende: ‘Goedenavond meneer Van den Born. Mijn naam is Wouter Noordewier en ik wilde u een brief sturen. Mag dat?’
Een vreemd verzoek, want als iemand je telefoonnummer heeft kan hij ook achter je adres komen, dus ik antwoordde dat hij maar aan die drang moest toegeven en hij bedankte en hing op.
Een paar dagen later kwam de brief en het handschrift op de envelope deed alle alarmbellen rinkelen. Alle grafologische kenmerken van geschiftheid, blinde ambitie en intense misantropie, geslepenheid en dubbel spel spelen sprongen me tegemoet:
1939. Drs. P viert, begeleid door een trekzakspeler, dat hij net niet de kleinste is van zijn jaargenoten
Cees van der Pluijm sprak geruime tijd met Drs. P (94 jaar en 1 week) die zich zeer erkentelijk betoonde voor de vele gelukwensen die hij heeft mogen ontvangen van bekende en onbekende vrienden, waaronder de bijdragen op Het Vrije Vers.Hij vroeg hem te laten weten dat hij niet meer de energie kon opbrengen (en ook motorisch gelukt het schrijven nog nauwelijks) om eenieder persoonlijk te bedanken.
Hierbij namens de Drs. dus, voor wie dat aangaat, zijn rijk versierde groeten en de excuses voor het uitblijven van een schriftelijk blijk van erkentelijkheid.
Ook de Contrabas besteedde gisteren uitgebreid aandacht aan de geboortedag van Kees Stip met een doorwrocht stukje (waarin ook verteld wordt dat het Kees Stip Festival inmiddels uitverkocht is) en maakte daarbij ook melding van het verschijnen van de tweede bundel met verzameld werk die bij Uitgeverij Liverse is verschenen en waar we al eerder de aanacht op vestigden. Lees hier meer
Met al die feestelijkheden zouden we bijna vergeten dat het gisteren de geboortedag was van Kees Stip.
In de gestaag uitdijende Nederlandse Poëzie Encyclopedie is het lemma over Kees Stip nu ook te lezen en je moet hier dus even een bezoekje brengen om eventjes stil te staan bij de onvergetelijke grootmeester van het dierengedicht.
En vergeet het Kees Stip festival niet:
En alsof het al niet genoeg is verschijnt in het najaar nog een tweede bundel met werk van Drs. P, samen met Paul Ilegems, onder de pakkende titel Gammal porträten, fö?'
Dit boek bevat 100+ ollekebollekes, verzonden tussen 2006 en vandaag, en sluit in dit opzicht aan bij België-Zwitserland (Manteau, 2006). Er staan ook andere, niet ollekebolvormige rijmende teksten in. En een patafysische oefening. En enkele beschouwingen aangaande de persoon en het werk van Drs. P. Gammal porträten, fö? verschijnt bij uitgeverij Voetnoot in een vormgeving van Henrik Barends.
Ik kwam hem tegen in mijn platenkast “Op klompen” – dat was echt een wereldhit Die Duitse jazz is liftmuziek met pit Wie dat ontkent is liegbeest of fantast
Hij stopt ermee, kijk dat vind ik nou sneu Nu hebben we alleen nog André Rieu