Het wordt wat stiller na die ene panna.
Wanneer er geen Oranje doelpunt komt,
dan zijn de OE’s en AH’s geheel verstomd.
De thuistap schenkt slechts schuim, geen Hemels Manna.
Na ’t laatste fluitsignaal wordt niet gewacht:
de beeldbuis dobbert eenzaam in de gracht.
Maar nu die onbekende vertaling. Van wie is die en waarom is hij nu pas ontdekt ( herontdekt natuurlijk, want het was geen geheim in 1897 en ook niet clandestien uitgegeven)? Wel, de reden dat deze versie ontsnapte aan de aandacht van latere bloemlezers ligt waarschijnlijk aan de titel van de bundel, waarin het gepubliceerd werd in oktober 1897: Een Reiziger in Vroolijkheid, Nieuwe Voordrachten van Willem van Zuijlen, uitgegeven bij Van Holkema & Warendorf, Amsterdam. Een bundel met boert en luim voor bruiloften en partijen is niet bepaald de plaats waar je dit gedicht verwacht en ik zou de gezichten van de olijke bruiloftsgasten wel eens willen zien als iemand ‘De Raaf’ bij die gelegenheid voluit en op gedragen toon declameerde. Ik zou vooral benieuwd zijn hoever hij kwam, voor hem op waarschijnlijk boertige en luimige wijze de mond gesnoerd werd.
Daar staat dus, te midden van olijke stukjes als ‘Een bespottelijk misverstand’, ‘De Sinter-klaas-Vrijer’, ‘Aannemen, meheer!’ en ‘De Gemarineerde Haring’, opeens op pagina 172:
De noordenwind stak op en piepte hees
een tijding die eenvoudig was te duiden:
dat hij de barre poolnacht in kwam luiden.
De sledehonden jankten zacht van vrees,
een schooltje orka's rilde onderzees
en ijlings trok de ijsbeer naar het zuiden.
Wij kropen onder stapels dierenhuiden
en kauwden op gepekeld robbenvlees.
Ik lag nog wat te kleumen en te staren,
te bidden dat ik spoedig werd gered.
Zij likte aan de pegels in mijn haren
en wreef mijn lichaam in met walvisvet.
Toen had ik schoon genoeg van dat besparen
en heb de thermostaat voluit gezet.
Gelukkig is er ook nog Bob den Uyl (1930-1992), schrijver van geweldige verhalen die je niet vaak genoeg kunt herlezen, die in 1983 een boekje publiceerde: Hoe En Waarom Edgar Allan Poe ‘The Raven’ Schreef.
Jammer is dan weer wel, dat hij dit schreef op een zaterdagmiddag, vlak voor de kroeg openging, dus in merkbare haast en slordigheid. Hij gooit er wel een erudiet klinkende verhandeling tegenaan over poëts maudit, maar dat is kul en zonder blikken of blozen beweert hij dat er, toen hij dit schreef, twee vertalingen bestonden van ‘The Raven’; één van John F. Malta uit 1887 en een van Gerard den Brabander, in 1944 gepubliceerd in een illegaal blad en waaraan hij dan een eigen vertaling toevoegt.
Ook voegt hij een vertaling bij van The Philosophy of Composition, dat hij om duistere redenen als oorspronkelijke titel How I wrote The Raven meegeeft, wat vaak abusievelijk nog steeds zo aangehaald wordt.
In elk geval blijkt hij de eerste vertaling van Jacob van Lennep niet eens te kennen (wel weet hij te melden dat er nog een vertaling van M.L. Huizenga heeft bestaan die verdwenen is, waarschijnlijk verdonkeremaand door Den Brabander, die redacteur was van het blad waar Huizenga zijn vertaling heen stuurde en waarin Den Brabander zijn eigen versie plaatste).
Een grondig onderzoek, samen met René van Slooten, in de Koninklijke Bibliotheek had ze beiden kunnen leren dat daar in elk geval nog een onuitgegeven manuscript van Herman Jan Robbers (1868-1937) ligt met een vertaling van ‘The Raven’ en ook het bestaan van een vertaling in een pamflet van Gerrit Berend Kuitert (1855-1927) uit 1899 was dan vast niet aan hun aandacht ontsnapt.
Eens kijken, dat brengt het totaal tot nu toe al op vijf.
En omdat de tijd niet stil staat zijn daar inmiddels nog een aantal bijgekomen.
Het wordt zo langzamerhand tijd dat Het vrije vers ook eens wat poëzie-uitgaven gaat verzorgen al zijn we geen uitgeverij en als proef beginnen we dan maar meteen met een introductie in de westerse wijsbegeerte. Dat peinst en piekert maar, een echte Rijmcanon van de westerse filosofie in de vorm van elftallen met heuse voetnoten van de hand van onze redacteur Jaap van den Born.
De achterflap geeft de volgende nuttige informatie:
"Doe eens iets heel anders: denk na.
Voor mensen die wel eens willen weten hoe zoiets in zijn werk gaat is dit boek bedoeld.
Jaap van den Born heeft, van Thales van Milete tot de huidige tobbers, de zienswijze van de belangrijkste denkers in elf regels samengevat volgens de strenge regels van metrum en rijmschema en hoe vaak hij daarin geslaagd is laat hij volledig over aan zijn eigen oordeel.
Laat u niet misleiden door de ogenschijnlijke eenvoud: elk woord is op een goudschaaltje gewogen en bij tweede lezing zal de woordbetekenis van ‘woordbetekenis’ wellicht tot u doordringen. Zo hoort dat bij wijsbegeerte
En om aan het misverstand een einde te maken dat het geheimzinnige Oosten een heel ander soort filosofie kent volgt nog een tweede deel met de canon van de oosterse filosofie.
Gedeelten uit dit werk zijn eerder gepubliceerd in De tweede ronde.
Wie zijn oude jaargangen erbij pakt zal veel plezier beleven aan het zoeken naar verbeteringen.
Na de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant vult deze Rijmcanon van de Westerse Wijsbegeerte een eeuwen gevoelde leemte. En dat ook nog met voetnoten.’
Het introductiegedicht:
Een wijs woord vooraf
U krijgt alleen een krachtige bouillon
Wanneer een kip en nog wat kruidentroep
Heel langzaam op een pitje heeft getrokken
En wat dus niet de naam verdient van soep
Is, als een kip met opgetrokken rokken
Snel door een ondiep bord met water rent
Vertelt u dus de buurt niet onverschrokken
Dat u de ware wijsbegeerte kent
Met enkel deze poëzie als bron
Wat in millennia is afgezucht
Behandel ik in kwieke vogelvlucht
Jaap van den Born Dat peinst en piekert maar
ISBN 9789461932907 – 91 pagina’s
Te bestellen bij mijnbestseller.nl € 12,50
De onverwachte (dat heb je zo met ontdekkingen) ontdekking van een onbekende vertaling uit 1897 van het beroemde gedicht ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe is natuurlijk reden voor een feestje.
Bij een feestje hoort een cadeau, dus jullie krijgen weer een gratis e-book, maar eerst moet je nog maar eens de verhandeling lezen die Poe schreef over poëzie: The Philosophy of Composition, omdat hij daarin stap voor stap uiteenzet hoe hij ‘The Raven’ schreef.
Veelal wordt aangenomen dat hij dit niet serieus meende, omdat hij het schrijven van een gedicht hierin als een wiskundig proces voorstelt en niet als iets dat uit Iets Hogers wordt aangereikt, maar elke lightversedichter zal het procédé herkennen.
En we maken er meteen een Poe-week van op Het vrije vers, om deze vondst tot het merg uit te melken.
‘The Raven’ verscheen voor het eerst in druk in 1845 en werd binnen korte tijd wereldwijd razend populair.
Een populariteit die nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet, door de duistere sfeer en de meeslepende compositie, bepaald door metrum, herhaling, binnenrijm en alliteratie.
En dat, ondanks de in deze tijd buitengewone lengte van het gedicht.
Maar zolang de puberteit niet afgeschaft wordt met bijbehorende puisten, Weltschmerz en diep-diepsombere Inzichten, zullen steeds weer nieuwe generaties de donkere diepten van dit vers ondergaan en erin ondergedompeld worden, nu bijgestaan door in zwart geklede muziekgroepen die steeds opnieuw de kracht ontdekken van dit meer dan 160 jaar oude gedicht*.
Hoeveel Nederlandse vertalingen er bestaan van Poe’s Schepping (of Compositie) is tot nu al net zo duister als het gedicht zelf, maar daar gaan we iets aan doen.
Als ze het ergens zouden moeten weten, dan toch bij The Edgar Allan Poe Society of Baltimore, zou je denken.
Daar weten ze alles over Poe, ook over zijn vertaalde werk.
Die melden het volgende over Nederlandse vertalingen:
"Dutch
“De Raven” — October 10, 1949 — De Tsjerne (Frisian translation by D. A. Tamminga, reprinted in 1984 by Friese Pers Boekerij, Leewarden, Holland, in an English-Frisian bi-lingual edition) (This title provided by René van Slooten)
“Poe’s Raven” — July 7, 1891 — Pennsylvania Dutch translation by H. L. Fischer, 7 pages, printed in Mapleshade, York, PA) (copy sold by 19th Century Bookshop, 1992, item 510
“De Raaf” — 1861 — Holland (Dutch translation by Jacob van Lennep) (This information was provided by René van Slooten, who also notes that a thorough search of the Royal Library at the Hague produced no other translations of Poe’s works before 1900. Apparently, French was widely spoken in the Netherlands and Baudelaire’s translations were widely available."
Drie dus. Dat is niet veel en ook niet waar, want de eerstgenoemde is in het Fries en dat telt niet mee. Voor mij wel, want Fries is in mijn ogen gewoon plat Nederlands (Limburgs; dat is pas onverstaanbaar gebrabbel, dus een vreemde taal), maar ze willen het zelf, dus dat kan geschrapt.
Dan hebben we die vertaling van H.L. Fischer en die begint zo:
Es war mitternacht un' schaurig,
Ich war schlaf'rig, mud, un traurig
Uewer fiel so alte Bucher
Foll so ganz fergess'ne ne Lehr;
Un' ich hab so halwer g'schlummert -
Hot 's uf e'mol so gebummert -
So wie 's macht wan 's bissel dunnert
- Das es rappelt an der Dheer;
" 'S isch en B'sucher," sag ich zu mer
Selwert, - "Klopt an meiner Dheer -
Des, allee, isch 's was ich hor."
Dat lijkt wel Limburgs, maar is ‘Pennsylvania German’, want die H.L. Fischer (1822-1909) woonde in wat The Dutch Settlement werd genoemd in Franklin County, Pennsylvania, maar dat moet je als ‘Deutsch’ opvatten.
Blijft dus één over, die van Jacob van Lennep uit 1861, wat inderdaad de eerste vertaling was in onze taal, maar hoewel we René van Slooten dus dankbaar zijn voor zijn informatie over die Friese vertaling die we niet kenden, verklaren we hem ook voor niet goed snik en aarzelen niet hem een leugenaar te noemen met zijn ‘grondige onderzoek’ in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en zijn klets over de Franse vertaling, waardoor geen behoefte was aan een Nederlandse.
(wordt vervolgd)
*The Alan Parsons Project bijvoorbeeld, baseerde een liedje, weliswaar slechts twee verzen lang, op het gedicht. Het verscheen op het album “Tales of Mysterie and Imagination” (1976), dat geheel gebaseerd is op verhalen en gedichten van Poe.
En wat Nederland betreft: de Neo-Keltische Pagan band Omnia heeft een kortere en wat aangepaste versie van het gedicht op muziek gezet en uitgebracht op hun achtste cd "Alive!". De DJ Pavo heeft in 2009 een Hardstyle nummer gemaakt (toepasselijk getiteld ‘Raven’) waarin een gedeelte van dit gedicht voorkomt.
En de componist Harrie Janssen heeft in 2009 een compositie voor fanfareorkest geschreven, getiteld "The Raven", geïnspireerd op het gedicht.
Het was een wedstrijd vol met overtredingen,
Die tegen Wodan Boys en hij kon nog maar net
Na enkele morele overredingen
Door de bemiddeling van “Rem” worden gered
‘Waarom doen jullie toch je fans zoveel verdriet
Door alle regels hier met voeten steeds te treden
Het gaat erom dat het publiek vooral geniet’
Sprak onze held teleurgesteld en ontevreden
Omdat het spel steeds ruwer werd vond “Rem” een grond
Om toen voorgoed de brui aan ’t spelletje te geven
Maar zeg nooit nooit, de bal blijft immers altijd rond
En zo’n artiest als hij blijft hoe dan ook gedreven
‘Wel, dames, heren ook, het gaat u allen goed
Voorlopig vanaf hier mijn laatste vriendengroet’
714 – 768, Eerste koning der Franken, vader van Karel de Grote
Als koning was hij een markant figuur
Zijn moeder noemde hem haar ukkepukje
En was zijn heerschappij van lange duur
Het tegendeel was waar van zijn postuur
Dat leidde wel tot menig ongelukje
De beste man kon immers nergens bij
Dus lazerde geregeld van een krukje
En toen hij oud werd kromp hij zelfs een stukje
Gevoel voor humor had hij generlei
Dus moest je in zijn bijzijn ervoor waken
Dat je maar niets over zijn lengte zei
Vooral niets lolligs, want dan fronste hij
En antwoordde gevat op zulke zaken:
‘Ik laat u graag een kopje kleiner maken’
O heilgeschreeuw van regeltjesbarbaren!
Ik kweel, meneer, mijn eigen woordmuziek,
Bespelend vele tere zielesnaren
Bij mijn bewonderend en toegewijd publiek,
Negerend uwen mitsen en uw maren,
Nooit bukkend voor uw wrede polemiek
Noch die van uwen mede-ambtenaren.
Daarom, mijnheer, noem ik mij authentiek.
Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)
"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....
"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."
Het had ze altijd al wel iets geleken
Want kippen geven veel meer vlees dan vinken
En dan het luid toktokken van zes weken
Dat tot het einde opgewekt blijft klinken!
Vanaf mijn ziekbed in Lambarene kon ik de verpleegsters horen zingen die bij de rivier verbanden uitspoelden en ook voorbijvarende roeiers dompelden hun peddels onder ritmisch gezang in het water. Nee, met de poëzie zat het wel goed in Afrika, wijd verbreid, talloze culturen en orale traditie zorgden daar welvoor, echt niet alleen in het Swahili.
Maar versvormen, schriftelijke poëzie, dat was door de kolonisatoren beïnvloed; Arabieren, Fransen, Portugezen en Engelsen.
Omdat de koorts opliep werd ik via een noodtransport naar Nederland vervoerd en lag ijlend in het Hospitaal voor Tropische Ziekten in Leiden toen een verpleegster bezoek aankondigde van Bas Boekelo.
Ik was verrast, zeker toen hij binnenkwam, want hij zag er heel anders uit dan ik verwachtte.
Een zeker honderdjarige kale man met een wit sikje in een verouderd geruit kostuum met wijde kap en knapzak, betrad met schokkerige, onritmische bewegingen de zaal, maar met een daarmee contrasterende verende en soepele tred.
‘Zwavel op je pad!’ riep hij, ‘bij Zazel en Iod, wat zie jij er beroerd uit!’
Hij plaatste een bosje paddestoelen in een vaas en zette zich op de visitestoel.
'Terwijl jij je vermaakte in het buitenland’, zei hij, mij in de borst prikkend met een benige wijsvinger,’heb ik, arme oude man, een nieuwe versvorm ontwikkeld, die de Eeuwige Kringloop van het leven symboliseert: het kringloopvers.
De eerste en laatste regel komen uit een bekend gedicht, niet noodzakelijk hetzelfde en de tekst daartussen is aan de maker’.
Hij uitte een kakelende lach. ‘Ook de eenvoudigste ziel die zich hiermee bezig houdt wordt zo voor eeuwig gevangen in de vorm.’
Ik keek zwetend in de kille gele ogen, was dit bezoek een koortsdroom?
Hier hielp wellicht alleen een Afrikaanse magische tekst.
Het schoot mij tebinnen hoe in Zuidelijk Afrika een nieuwe lichting dichters zich los wilde maken van de Engelse vormen en een mengvorm zocht met de oude orale traditie en hoe kwetsbaar deze Magister in de Oude Kunsten was op het gebied van Ritme.
Ik begon een gedicht te citeren uit van een de weinige dichtbunels van vrouwen uit Zimbabwe, Nyamubaya (met de bijnaam Freedom):
‘Poetry
One person said,
You are not a poet,
But forgot that
Poetry is art and –
Art is meaningful rhythm.
Now what is rhythm
If I may ask?
Some say it’s marching syllables,
Others say it’s marching sounds,
But tell me how to marry the two.
We fought Shakespeare on the battlefield
Blacks fought the Boers with their spears
These are matching syllables
And is art to some,
But how can I marry the two?
How about a different rhythm?
People die in the ghettoes,
From police raids and army shots
Workers suffocate under coal mines,
Digging the coal they can’t afford to buy
For cooking daily to feed themselves.
Poetic stuff this’
Ik keek op; mijn bezoek was verdwenen. Het raam stond open en alles wat ik zag was een zwarte kraai die krassend wegvloog. Koorts doet vreemde dingen met een mens.
Het nieuwe nummer van LightenUp Online is uit (zie bij 'Andere links 'onderaan) met o.a. het volgende gedicht :
Douglas Brown -- The Day Werner Heisenberg Ran Over Schrodinger's Cat
Physicist Heisenberg * phoned Erwin Schrodinger,
“Sprawled on the roadside, I see your cat linger.”
Thinking a moment, Herr Schrodinger said,
“Is he still living, or does he look dead ?”
Heisenberg pulled his car over, and parked;
Studied the cat, and then gravely remarked,
“Maybe he’s dead - or he might just be hurtin’.
That’s my dilemma; I’m always uncertain.”
Moral; a physicist can’t be relied
to tell if a feline has actually died.
For absolute certainty, Erwin should get
An autopsy done by a qualified vet.
* the German theoretical physicist who asserted the uncertainty principle of quantum theory.
‘Vertel eens, Rem, hoe zat dat nou met buitenspel?’
Vroeg na de match kantinejuffrouw tante Nel
‘En interesseert die rode kaart je echt geen biet?’
‘Ach Nel, hij ging zijn boekje elke keer te buiten
Ik snap dan ook die man in ’t zwart gewoonweg niet
Hij floot voor ieder wissewasje razend snel
En trok na ieder commentaar steeds aan de bel
Terwijl hij na een doodschop verder spelen liet
Oké, ik ging mijn boekje mogelijk te buiten
Ik had me achteraf veel wijzer moeten uiten
Me laten gaan op die manier was niet zo best
Maar ja, hoe kon hij nu tot buitenspel besluiten?
Ik voelde me daarom verplicht mijn gal te spuiten
Met: Hondenlul, krijg nou toch gauw de builenpest!’
Heeft u zich ook weer zitten te generen ?
Wat waren we op voorhand goed gemutst
Maar Franka heeft het weer voor ons verprutst !
We zullen haar eens flink een lesje leren
Dus kom naar Schiphol. Ik zorg voor de pek!
Aan veren is waarschijnlijk geen gebrek
... Met Joan Franka haalt Nederland opnieuw niet de finale van het Eurovisie Songfestival ...