Ik woonde aan zo’n middenklasseplein Zo’n plek waar oudjes stiekem naar je gluren De huizen zijn niet groot, maar ook niet klein Met naast me van die doodgewone buren Geen partyanimals maar ook geen zure Een biertje, goed, maar dan wel uit een glas Zo’n mensen die hun eigen friet frituren De buurt is echter niet meer wat ze was
Mijn overbuurman met zijn meesterbrein Besloot zijn huis aan Polen te verhuren En dat moest uiteraard winstgevend zijn Na weken breken, slopen, bouwen, schuren Had het een aantal nieuwe binnenmuren Twaalf kamers en een vijf bij vijf terras Een douche en keuken zo uit de brochure De buurt is zeker niet meer wat ze was
Nu gluur ik zelf van achter het gordijn Naar twaalf werkkledingdragende figuren Hun haar is kort, hun kaak een strakke lijn Ze werken op een dag wel dertig uren En hun verblijf zal zeven weken duren Drie staan dan weer in Warschau voor de klas Een ander wordt weer dokter in Masuren Dan is de buurt niet langer wat ze was
O waardig Polen, blijf uw Polen sturen Want zie, ik woon nu aan een plein met class Zo’n dokter geeft de wijk wat meer allure De buurt is stukken beter dan ze was
Ik heb vandaag geen mooie roos gekregen,
Er zat niet eens een kaartje in de bus.
Geen minnares gaf mij pardoes een kus
En niemand bleek mij stiekem toegenegen.
Ik snap het wel: ik ben al lang belegen,
Ik word al grijs en ben reeds vijftig plus.
Het is helaas maar al te obvious
Dat ik de prille liefde ben ontstegen.
Maar ach, ik heb geen reden om te klagen:
Ik werd vanochtend wakker naast mijn vrouw
Die mij nog altijd bij zich kan verdragen.
Ze kuste goedemorgen, ik dacht wauw!
Dit wil ik nog wel honderdduizend dagen,
Ik blijf haar tot mijn levenseinde trouw.
is het een woord dat reeds bestaat? ik zoek het op ik typ het in hoe snel dat gaat in minder dan een kwart seconde wordt het vijfhonderd keer gevonden en ik die dacht...
sssst niets gelezen, niets gehoord laat ik opnieuw beginnen
Mijn vrouw mag graag een aardig rondje schaatsen
Ik ben meer het beschouwelijke soort
Terwijl zij koude kilometers scoort
Ben ik met thee en camera ter plaatse
Straks komt De Tocht maar ik doe niet meer mee
Elf steden lang die heil-oranjezee
Getooid met rookworstmutsen… man ik haat ze!
Mijn vader verloor 's winters zijn verstand.
Als 't ijs op het kanaal was te vertrouwen
Bond hij meteen mijn schoenen met wat touwen
Aan ijzers met een houten bovenkant.
Je moet verdomme glijden en niet sjouwen
Riep hij me toe, maar ik bewoog onthand
En wankelde wat rond door niemandsland,
Een trage beer met ingepakte klauwen.
Als vroeg mislukte koudefront soldaat
Besloot ik toen voorgoed te deserteren,
Zo'n ijsvloer is een bodem van verraad.
Hoewel ook warme grond me tegen staat
Sinds ik ontdekte dat men trage beren
Leert dansen op een gloeiend hete plaat.
Soms valt het mee, nietwaar?
Neem nou Franz Reichelt eens:
Eindigde weliswaar
Horizontaal
Maar onderweg deed zijn
Parachutistenpak
Heel snel zijn werk
En ook mooi verticaal
Vandaag is de honderdste sterfdag van Franz Reichelt die op 4 februari 1912 van de Eiffeltoren sprong om zijn uitvinding van de parachutejas proefondervindelijk te onderwerpen aan de falsificatie-eis van Popper
Op youtube vind je een filmopname van deze belangwekkende onderneming, waarmee hij in zijn laatste ogenblikken onsterfelijk werd.