
De druppels dauw ginds op het mos
Zijn tranen van een sterveling
Die zich terugtrok in het bos
En zich toen aan een tak verhing
Ik zie een droeve sterveling
Wanneer ik dauw zie op het mos
De blaadjes van de madelief
Gevallen en welhaast vergaan
Zijn snippers van een afscheidsbrief
Na een verscheurd, verspild bestaan
Als snippers van een afscheidsbrief
Zijn madeliefjes die vergaan
Een eikel valt, bereikt de grond
Waar hij tot bruin en zwart verkleurt
Zo maakt hij weer een cirkel rond
Iets wat straks niet met mij gebeurt
Ik, eikel, eindig zwart verkleurd
Straks in de harde koude grond
Wie in het stille woud beziet
Wat daar zoal aan schoonheid prijkt
Is iemand die vast ook geniet
Als hij een open graf bekijkt
Natuur is mooi zoals je ziet
Het is maar hoe je het bekijkt
Dit is weer een uitvindsel van Jan Turner, een naam die we vaker tegen zullen komen.
Het bestaat uit vier strofen van zes regels. De eerste vier regels van elke strofe bevatten een bewering die in de laatste twee regels wordt samengevat en de wijze waarop het geformuleerd is omkeren.
Het heeft een vast metrum, vierjambig, en het rijmschema (mannelijk rijm) is:
regel 1-4 abab
regel 5 en 6 mogen ab of ba zijn en bestaan uit gebruikte woorden in de eerste vier regels.
Het roept gemengde gevoelens bij me op. Aanvankelijk dacht ik dat hier wel iets aardigs mee te doen was, maar dat rijk rijm, ook nog willekeurig uit de voorgaande regels te plukken, geven het wat rommeligs. Ook zie ik eigenlijk het nut niet om de voorgaande regels op die wijze te herhalen, omdat je door die rijmwoorden gedwongen wordt tot soortgelijke formuleringen, en wat zou het dat het dan omgekeerd is? Zo rond het derde couplet trad dan ook balorigheid in. Misschien weet iemand anders er wat leuks van te maken.

De toren
De toren rijst op uit het duister
Er zweeft een zacht en vreemd gefluister
Op uitgesleten stenen trappen
Weerklinken doffe, holle stappen
Een edelvrouw, reeds lang gestorven
Gestorven door vergeefse liefde?
Liefde, door de dood gebroken
Gebroken, maar niet uitgedoofd?
En klinkt soms in de zomernacht
Met zachte stem haar stille klacht?
Zie ik daar achter de gordijnen
Een vrouwensilhouet verschijnen?
Voor eeuwig in de steen gevangen
Gevangen door haar hunkering
Hunkering naar wat verloren
Verloren en ongrijpbaar was?
Of was er haast met de facturen
En wordt er nu in overuren
En door een diepvriesmaal gesterkt
Hier ’s avonds laat nog doorgewerkt?
Luspoëzie (Loop Poetry) is een vorm, bedacht door een zekere Hellon, over wie ik verder niets kon vinden en populair op Engelstalige poëziesites, ongetwijfeld door de eenvoud die alle aanstellers die zich dichters wanen aantrekt als vliegen.
Je hoeft niet eens tot zeven te kunnen tellen zoals bij de haiku. Niet verder dan vier.
Vier regels met rijm abcb, that’s it.
Het laatste woord van de regels is tevens het eerste woord van de volgende regel.
Dit lijdt tot semi-diepzinnigheden als:
Skin so delicate
delicate as a rose
rose that will blossom
blossom as it grows
en je vindt ze dan ook op sites van meisjes die veel roze en teerblauw in hun opmaak stoppen.
Ze heeft ook nog drie varianten bedacht: een nog ergere, waarbij het aantal regels van de coupletten vrij is en geen rijm vereist; een die bestaat uit één lang doorlopend couplet, zonder rijm (een soort sinterklaasnachtmerrie) en eentje die vreemd genoeg beter in elkaar zit, zoals mijn voorbeeld.
Dit bestaat uit 2 rijmende distichons, gevolgd door een nietrijmend kwatrijn met luspoëzie, gevolgd door twee distichons en weer zo’n kwatrijn, afgesloten door twee distichons.
Het rijmschema is dan aa bb cdef gg hh ijkl mm nn.
Afijn, wie zijn tanden erin zet zal ze er zeker niet op stukbijten.
{youtube}H7BWbMKryWI&feature=related{/youtube}
{youtube}ivdfX1acbPI{/youtube}

Vader die vol liefde zijt
Een en al verhevenheid
Sla toch deze dichtvorm gade
Straf die vrouw; toon geen genade
En sla haar met bliksems neer
Laaiend vuur; verbrand; verteer!
Of toch minstens diarhhee
Fijt in een gemene snee
Yogakramp na meditatie
Of verkeerde medicatie
Uterusvernauwing, spit
Reetverrekking, schaamhaarklit
Ad (haar man) een harde sjanker
Ik hoop ook op schaamlipkanker
Ruwe plekjes op haar huid
Bloedaandrang en tot besluit
Achttien stenen in haar nier;
God, doe mij dit klein plezier!
Nou maar eens iets evangeliserends, het moet er maar eens van komen.
Christina R. Jussaune, een naam om snel te vergeten, zag op 7 april 2008 in een visioen deze vorm die uit drie coupletten bestaat van elk zes regels met zes lettergrepen. Het gaat dus niet om de klemtonen, maar het aantal lettergrepen, zo’n beetje het niveau van de poëzie van Joost Zwagerman als die denkt vormvast te zijn. De beginletters vormen de woorden 'Vessel of your ……' .
Op de zes puntjes moet je zelf een woord bedenken. De inhoud dient spiritueel en verheffend te zijn. Rijm hoeft niet, maar is wel een plus.
In het Nederlands kom je natuurlijk in de knel met die beginletters dus heb ik in mijn gedicht het Engels gehandhaafd. Het lettergrepen tellen kon ik niet over mijn hart verkrijgen, ik ben Joost Zwagerman niet en er zijn tenslotte grenzen aan de wansmaak, dus heb ik het vierjambig gemaakt.
Mocht je de smaak te pakken krijgen dan kun je haar bundel Joseph’s Star of Eternal promise aanschaffen. Hieronder nog een voorbeeld van de dichteres zelf. Wie dit mooi vindt en aangrijpend moet beslist de bundel Roeshoofd hemelt van Joost Zwagerm. aanschaffen, want daarin staan - volgens Joost Zwag. vormvaste - sonnetten die bijna dit niveau halen.
Lees meer: Een reis rond de wereld in 80 versvormen. Deel 10- Spirit of your vessel.
Vervoerd naar verten door een schuit uit China
Een tot de kiel verroeste brik, bejaard
Met vuurwerk hopend op behouden vaart
Vol vage vracht en olievaten (‘Fina’)
Als nautisch lifter was het mij veel waard
Al stuiterde ik als een ballerina
Op zee en tropenkoorts en van de kina
Zo’n avontuur van ouderwetse aard
Aan boord te zijn, te lezen: Slauerhoff
Alleen in zijn gedichten kon hij wonen
Nooit vond hij ergens anders onderdak
Voor Slauerhoff heb ik sindsdien een zwak
Die rusteloze scheepsarts kon mij tonen:
Ook reizen door de poëzie is tof
Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd.
Hier zie je Paul Ilegems die in de Mansarde in Nijmegen wat grafschriften voordraagt.
De beeldkwaliteit is zodanig dat hij zelf ook bij de overledenen lijkt te horen, maar bij poëzie gaat het om de inhoud, niet om de vorm nietwaar, dus let daar maar niet te veel op.
{youtube}8vKX838BiKQ&feature=player_detailpage{/youtube}
Winter
De wereld is bedekt;
de Witte Zaaier schreed.
En maagdelijk bekleed
ligt onschuld onbevlekt
in stilte uitgestrekt,
voor elk begin gereed.
Dan gaat dit beeld teloor
en wordt het kalm ontwijdt:
een poes verschijnt en schrijdt
de witte vlakte door.
En print een blijvend spoor
voor alle eeuwigheid.
Hoewel, straks komt de dooi.
Dat is weer niet zo mooi.
De Hexsonnetta is bedacht door de Britse Andrea Dietrich en bestaat uit twee zesregelige coupletten en een distichon, allemaal driejambig, met het rijmschema a/bb/aa/b c/dd/cc/d ee.
De term Hex is ontleend aan het aantal lettergrepen per regel (zes: ze noemt dit niet specifiek, maar dat vereist wel ook nog uitsluitend mannelijk rijm) en Sonnetta wijst er op dat het familie is van het sonnet.
Het rijmschema is een beetje een mengeling: de twee zesregelige coupletten meer als het Italiaans sonnet en de laatste twee als het Engelse sonnet.
Een andere vereiste is dat in het eerste couplet het thema wordt neergezet en in het tweede het gedicht van toon verandert, of een nieuw aspect van het thema wordt geïntroduceerd, of verdere details aan het thema worden toegevoegd.
Het afsluitend distichon kan een samenvatting zijn, of de oplossing van een probleem, opgeworpen door het thema, of er een onverwachte draai aan geven, afijn, je snapt de bedoeling wel.