Geertruida Botje was een pinnig vals secreet.
Van haar mocht Berend nimmer met zijn boot uit varen,
ondanks het feit dat hij verknocht was aan de baren,
wat hem uit weemoed overmatig drinken deed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Zijn leven, slechts gedomineerd door kwel en leed,
zo bovenmatig dat het haast niet was te dragen,
viel hem het zwaarst op zonbeschenen zomerdagen
als oostenwind met vlagen over 't water gleed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Doch op een dag heeft hij zijn laarzen aangetrokken,
zijn bootje met een mast en zeiltje opgetuigd.
Bij 't keren van het tij is hij alleen vertrokken;
zijn vrouw Geertruida heeft hem zelfs niet uitgewuifd.
Hij zeilde klaar en plat voor 't lapje ongereefd
naar Mokum waar hij nu als Shantyzanger leeft.

In rook en dranklucht, steeds een neutje voor de boeg,
zingt hij zijn liedjes over botters en galjoenen
van acht uur 's avonds tot de kleine uurtjes vroeg
al aan de bruine toog in een Zeedijker kroeg.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Veronica van Zuypesteijn

De dames Groen gaan eens per jaar een avond potverteren.
De beurs wordt omgekeerd; het stenen varken wordt geslacht;
Ze kleden zich in degelijke avond-uitgaanskleren
En stappen heel gezellig door de maan beschenen nacht.

Ze komen na een korte poos in buurtcafé ‘de Linde’
- U kent het? Aan het einde van de lange Lindelaan -
Alwaar ze juist nog net een achteraffe tafel vinden
Zodat ze niet de hele avond aan de bar hoeven te staan.

Al bij het eerste wijntje komen blossen op de wangen.
Ze kwebb’len aan één stuk en hebben reuzegrote schik.
Het ene na het andere verhaal wordt opgehangen;
Na glaasje nummer drie wordt ook de spraak een beetje dik.

Wat glaasjes later komt het schaap Veronica ter sprake.
“Die meid kan drinken, zeg, me dunkt, ze is een lege ton”
“Ja nou, u hebt gelijk, dat kleine wijffie kan ‘m raken
Een gootsteen is er niets bij met zo’n grote spoelsifon”.

U snapt het al, op dàt moment.. wie komt daar vrolijk binnen:
Het schaap Veronica en daarna nog een schaap of vier.
Ze knikken naar de dames en dan kan het feest beginnen,
Een uurtje later roept de barman: “Help, we zitten zonder bier!”.

De dag daarna: de dames zien - hun hoofd doet wel wat pijn -
Een visioen van schapenbout, gestoofd in rode wijn.