Toen ik als kleine jongen eens per jaar ter kermis ging,
kreeg ik van Oude Oma twee rijksdaalders te verteren.
Dat was een godsvermogen om in één dag te spenderen
aan draai en zweef en suikersuikerspin en menig ander ding.

Als ik mijn ogen toedoe zie ik nog steeds in mijn geest
hoe Jack Ladero, bijgenaamd ~Het Knetterende Beest~,
zijn rondjes draaide in de kuip, tot boven aan de rand
op klapperende duigen van de houten steilewand.

Maar tot het allerlaatste hield ik altijd vijftig cent,
dat was de prijs van toegang tot die fel gekleurde tent
waar vreemde mensen huisden en die mocht je dan bekijken,
al hoopte je hartgrondig nooit op één van hen te lijken.

De vrouw met baard, ik weet het nog, die vond ik heel bijzonder,
maar toch, de man met borsten was voor mij een wereldwonder.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Opa



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’