Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



De Dagpauwoog net uit de pop gekropen
Keek met verbazing naar de warme zon
En vouwde toen voor ’t eerst zijn vleugels open
En merkte dat hij ook al vliegen kon

Hij dwarrelde langs bomen en langs bloemen
En rustte even op een Ribesstruik
En dacht: ~Wat is dat wat ik hierzo ruik~
Al leek het goed, hij kon het niet benoemen

Maar hij had trek, dus ging hij even proeven
En hoe dat moest, dat zag ie van een bij
En dacht: ~dat is een koude kunst voor mij
Ik kan mijn tong heel ver mijn mond uitschroeven~

En toen hij van de nectar zat te likken
Kwam er een specht hem voor de lunch oppikken

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het pak van Sjaalman

Heremijntijd! 

Er is iets raars aan de oneindigheid:
Oneindig gaat maar altijd, altijd door
En nooit en nooit zal er een eind aan komen 

Een trein die steeds maar doorrijdt op zijn spoor
En zonder eindstation maar door blijft stomen
Maar toch: ooit stapte er een stoker in 

Oneindigheid kan enkel voorwaarts stromen
Het vreemde is: het heeft wél een begin
Dat is toch met oneindigheid in strijd? 

'Hier klopt iets niet: wat doe Ik hier toch fout?'
Is iets wat God al eeuwig bezighoudt  

Over het verschil tussen de begrippen:  O n e i n d i g e 
t y d  en:  E e u w i g h e i d .

(uit de bundel Het pak van Sjaalman)