Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Het is als het verslapen van de geest,
stel ik mij voor. Een ondertiteld dromen
van wat er was en wat wellicht zou komen,
een carnaval van beelden. Als een feest.

En wat voor één! Een optocht van fantomen
waarin je eindeloos de lippen leest
van iedereen die hier ooit is geweest,
waarvan nooit meer een teken is vernomen.

Maar dit is een parade zonder woorden
en nergens klinkt muziek of hoorngeschal.
Men danst met knekels op een dodenbal.

Je schreeuwt vergeefs, verstomd, je eigen naam.
Er is geen god of liefde die het hoorde.
Intens geleefd. En dan de poppenkraam.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Monovocaal sonnet



BONO, YOKO & JOHN


Bono botst op Yoko’s lof voor John. Hoor:
“’Rock ’n Roll’ kotst trots”, schoolt Bono. ’Zocht
Bono’, vorst Yoko, ‘John voor rot…?!’ ”Proost!” Bocht
stroomt. Bono's toost port op tot door-

dronk. Toch, vlot schopt Yoko ’t rotjoch.
Bono’s woord stopt. Yoko’s toorn noodt
nor-tocht: voor ’n poos, Yoko bromt. Dood,
Bono noopt tot doloroso slot. Och,

Yoko’s pols, broos, nog poogt los…nop.
Stroopmoord op Bono…dom. Onttroond,
Yoko rot. Mocht boktor noch worm, doch loont
zo’n doodswond door goor vocht, brood; strop.

Yoko, dol, hoort Bono nog: “Johns doorwrocht solo
rondo loopt, grosso modo, krom! Ho! No! YOLO!”