Vlaamse Hutsepot
Wikimedia Commons
 
 
Stel dat er nimmer nog een lente komt
waar zouden dichters dan wel over schrijven?
Thans zijn een aantal onder hen verdomd
geneigd om hieromtrent te overdrijven.

Terwijl ik mijnerzijds toch veeleer zweer
bij grijze luchten barstensvol met vlokken
en fraaie landschappen bij winterweer
die zowel jong als oud naar buiten lokken.

Hoe zalig is’t rond deze tijd van ‘t jaar
met vrouw en kind en kat bijeen gezeten
een schnaps ter hand, knusjes rondom de haard,
te weten dat straks hutspot wordt gevreten.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De glimworm en de pad

Dag jongens en meisjes, laatst kwam ik een aardig werkje tegen van Jacob van Lennep en daar heb ik een antwoord bij geschreven.
Het origineel is uit: Vertalingen en navolgingen in poezy (1884)

DE GLIMWORM EN DE PAD
Een fabelVonk'lend door het loverduister,
Zelf onkundig van haar luister,
Licht-ster van de klavergrond,
Doolde een glimworm in het rond.
Uit het zwabbrig slijm gekropen,
Stort een pad, met vuil bedropen,
Op die fel gehate schijn
't Onweerstaanbaar moordvenijn.
‘Waarom doodt in arren moede,
Waarom doodt mij uwe woede,
Daar 'k u nooit beledigd had?’
‘Waarom licht gij?" bromt de pad.


DE GLIMWORM EN DE PAD
Een antwoord

Stinkend uit de diepste poelen
Onbewust van diep bedoelen
Slijmrig en van binnen goor
Sprong een pad de tuinpoort door.
Hij had juist met volle longen
Kworkend luid zijn lied gezongen;
Wordt zijn vel in twee gespleten
Door een glimworm aangevreten.
‘Kleine glimworm waarom bijt ge
Vleesbedervend giftig zijt ge
Mij de kikkerbillen blauw?’
‘Lieve pad, ik lust je rauw!’



ill: Baron van Hippelepip(1917)–Mien Visser-Düker