Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





Ver in’t heelal draait een planeet
Die de planeet der Waalven heet
De Waalf is een merkwaardig soort
Die tot het mensenras behoort

De Waalf is doorgaans zeer charmant
Maar heeft geen voor-en achterkant
‘Terug’ is Waalven onbekend
Hij gaat slechts heen, dat’s evident

Dat levert rust in het verkeer
Ze gaan slechts heen, en nimmer weer
Hun gang is traag, zo traag als stroop
Maar zonder heen- en- weergeloop

Hun vorst, dat is de Opperwaalf
Een jonge man nog, amper twintig of zoiets


(Hoewel dit gedicht niet meedong naar de wedstrijd op 'twaalf' te rijmen is hij toch te mooi om te laten liggen, red.)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Sonnet voor Tichelaar



Het slobbert wat in iets te ruime pakken
zijn lichaam en de schepper van zijn kop
deed daar twee forse kaken onderop
zodat de zaak gewichtig lijkt te zakken

De poten, ongeschikt voor hoge hakken
gaan wonderlijk lichtvoetig in galop
op weg naar weer een politieke top
de biotoop van ware Dickerdacken

Maar liever drijft hij onbekommerd rond
en ligt hij als een idioot in bad
wat orendraaiend om zich heen te gluren

Hij wentelwiekt het staartje om zijn kont
en koestert het als heimelijke schat
dat hij dat ding op afstand kan besturen