De voordeur gaat van ‘t slot ik stap over de dorpel
Er schijnt een vale zon, de blauwe lucht toont leegte
De koeien in de wei het zijn er haast wel dertig
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een buurman net uit bed hoewel de ochtend vordert
Wat heeft hij als ontbijt het is een bordje yoghurt
De vogel in de lucht die schat ik op een buizerd
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een hengelaar die vecht een ronde met een karper
Zijn snoer raakt in de war het wordt een hele puzzel
De buurvrouw met haar hond doet lievig met het mormel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een wandelaar die groet hij is een mededorper
Zijn broekspijpen te kort hij kijkt op zijn horloge
Van verre klinkt geluid als van een schorre bugel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een jongen in een boot verliest zowaar zijn peddel
Hij vist het ding weer op, hoewel niet zonder moeite
Ik ga maar eens naar huis mij wacht een bord andijvie
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf


(De oplettende lezer zal opmerken dat dit gedicht onberijmbare woorden bevat (hoewel de zwaalf een bestaande vogel lijkt te zijn) Redactie HVV)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Bond, James Bond

connery
WikimediaCommons
 
Zo’n Goldfinger, Ernst Blofeld, Dr.No
Probeerden James voortdurend koud te maken
Want hij kon nucleaire codes kraken
Verijdelde hun heerschappij en zo
 
Dus stuurden ze hun mannen op hem af
Om dat karweitje even op te knappen
Of huurden met enorme stapels flappen
Een moordenaar, vanwege zelf te laf
 
Intussen zat Bond ergens aan een bar
Van zijn Martini cocktail te genieten
‘Shaken, but not stirred’ luidde de mythe
De blik alert, geen haartje in de war
 
En bij het eindgevecht vielen de boeven
Zieltogend in hun zelf gegraven gat
Hij keek koelbloedig toe en zei gevat:
‘Van eigen deeg is het slecht koekjes proeven’
 
Dan wachtte hem een schaars geklede griet
En ook al riepen M en Moneypennie
‘Je komt nu maar eens terug James want dit kennie!’
Hij luisterde zoals gewoonlijk niet
 
De laatste tegenstander kreeg hem klein
Dat onsportief scharminkel, Magere Hein.