Ik liep eens in de polder te verzinnen
Bekeek de bonte koeien die er staan
Ik zag er plots een koppel hazen gaan
Meteen schoot mij een nieuwe vorm te binnen
Ik zond het in, ‘Hetvrijevers’ stond paf
Maar goed, nu dwaal ik af

Een neus vol coke; wat vreemde kledingstukken;
Twee dames die me hielpen bij het rukken;
Vaarwel – mijn zetel bij de House of Lords
Ik liep mijn carrière zelf te fukken