Een doek! Zei ‘t schaap Veronica, ik ga mijn hoofd verstoppen,
men heeft hier in de schapenwei voor niemand meer ontzag.
De vrome schapen dreigt men straks de sloot over te schoppen,
het is genoeg, de maatschappij wordt gekker met de dag.

De rechters zeggen ook al dat je mag discrimineren,
ik hoor alleen maar onbehouwen ultrarechts geblèr,
in het publiek debat kan men zich alles permitteren.
Vandaag draag ik een hoofddoek en dan ben ik solidèr.

Natuurlijk is je mening vrij, daar zal ik niet om strijden
maar wie iets zegt maakt wel wat uit, en daarom zeg ik: Stop!
Je wil toch dat een ieder zijn religie kan belijden,
het liefst zonder de mening van een witgebleekte pop.

Wel foei, zeiden de dames Groen, dit zijn toch apenstreken,
het is gans onbetamelijk, nee wat je noemt affreus!
De strijd vangt aan, en van dit pad wordt niet meer afgeweken:
de hoofdtooi als symbool van kracht, er is geen and’re keus.

De dominee kwam luisteren en stikte in zijn kaakje
maar na een tijdje denken zei hij “Goed, dan doe ik mee,”
en in de vestibuul nam hij zijn mantel van het haakje,
“in godsdienstaangelegenheden vechten wij voor twee.”

Drie dames met een hoofddoek om, het stond hen best wel goed;
de dominee kwam één pas later met zijn zwarte hoed.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De man die 't beter weet dan God

demandie1
 
God schiep de mensen naar zijn evenbeeld,
als man en vrouw met alle toebehoren.
Wie in 't verkeerde lichaam is geboren,
die heeft zich maar te schikken in zijn lot. 
Want wee degeen die met de Schepping speelt!
Je bent al fout met gaatjes in de oren.
Zo zegt de man die 't beter weet dan God.
 
De man, die ons vertelt wat God bedoelt,
die scheurt beslist de bijbel niet aan stukken,
maar om een tekst uit zijn verband te rukken,
da's iets waar hij totaal geen kwaad in ziet.
En als een meisje meer voor meisjes voelt,
weet hij meteen er woorden uit te plukken
waarmee hij deze liefde streng verbiedt.
 
Dat Jezus zei dat je de eerste steen
mag werpen als je vrij zou zijn van zonden,
wordt door die aartsschavuit maar dom gevonden,
daar trekt dit heerschap zich geen bal van aan;
hij smijt met zware rotsen om zich heen,
zodat er doden vallen en gewonden,
terwijl er niet eens zonden zijn begaan.
 
De man die alles beter weet dan God,
die Gods naam ijdel bezigt in zijn beden,
en die zich zwaar bemoeit met onze zeden,
maar naastenliefde voor 't gemak negeert,
hij maakt met zijn geblaat een hoop kapot.
Zo kan hij nooit de hemel binnentreden.
Dus laat ons bidden dat hij zich bekeert.