Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




“Wie armoe kent die steelt gerust een brood”
Een quote die wij nog lang niet zijn vergeten
Wie honger heeft die zal toch moeten eten
Daarmee sloeg Vaticaanstad uit het lood.

De herder was niet altijd even Rooms
Als pleitbezorger voor de onderkant
Zong hij een loflied op de gummiplant:
“Geen aids in Afrika! Gebruik condooms!”

Zijn lijfspreuk was ‘shalom’ in alle talen
Zijn weg was van de bodem naar omhoog
Door interreligieuze dialoog
Zien wij zijn ster tot in de hemel stralen

“En nu het celibaat nog” hoor ik klinken
Daar gaat hij boven vast een pint op drinken.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Mijn ceder (Utrechts sonnet 5)



Met dank aan Han G. Hoekstra 


Ik heb een ceder in mijn tuin geplant
En hem flink coniferenmest gegeven
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
In bomen planten ben ik zeer bedreven
Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
De soort staat als verdraagzaam aangeschreven

Wat is hij blauw, is hij misschien van stand?
Voelt hij zich voor mijn tuin te zeer verheven?
Geen zuchtje wind bespeur ik op het land
Toch zie ik naalden heel unheimisch beven

Ik zeg het hier maar helemaal vrijuit:
Naar mijn idee belazert hij de kluit –