‘Natuur is voor tevredenen of legen’
Heeft Bloem zich ooit mistroostig overdacht
En zocht zijn heil langs voetpad en langs gracht;
Hij kwam zijn naam als bloeiwijs zelden tegen

Zelfs in de oude stad valt wel eens regen
Een potloodgrijze grimme jammerklacht
Doch als daarna de zon zich spiegelt, zacht
Glanst zelfs des dichters beeld in asfaltwegen

Hij moet erkennen dat de huizenkant
Zijn mossen door het zonlicht laat verzorgen
Alsook de bomen en het kiemend zaad

Dat ritmisch opschiet, voeg voor tegelrand
Een wonder op een miezerige morgen
Groen en gelukkig, in de Dapperstraat

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jam (dubbele lobbbertang)

Het vrije vers begint dit jaar heerlijk zoet!
 
jam
Pixabay
 
De abt verheerlijkte zijn kloosterjam
en vond bij mij een zeer gewillig oor.
‘Een zaligheid,’ beweerde hij met klem.
Ik zwichtte voor zijn honingzoete stem,
al stond hij wijd bekend als kletsmajoor.
Vijf potten borg ik in mijn linnen tasje.
Niet dat ik mij aan eigen domheid stoor:
ik slijt ze wel aan leden van mijn koor
of aan mijn vrienden van het motorklasje.