Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



’t Is tijd om bij de dominee de tuin wat op te schonen
Zo dacht het schaap Veronica; de herfst is in het land
De groenten zijn geoogst, de rode bieten en de bonen
En ook de hele preivoorraad ligt geurend in de mand

Dus toog ze nijver aan het werk met schoffel en met scharen
En harkte al het blad tezamen op een fikse hoop
De dominee sprak schuldbewust met brede armgebaren
Ik kan helaas niet helpen, schaap, we hebben straks een doop

Vooruit maar sprak Veronica: ‘k heb verder niets om handen
En werk hier in het zweet des aanschijns tot het derde uur
Die takkenboel en bladafval kan ik vast weg gaan branden
Met olie, krant en lucifers ontstond een stevig vuur

Het knapperde gezellig en het loof begon te gloeien
De wind stak op en plotsklaps liep het vuurtje uit de hand
Een rookpluim steeg zes meter hoog, je zag de vlammen groeien
Veronica schrok flink en gilde: Help toch mensen, BRAND!

Die kreet klonk onverwacht; men was de Here aan het loven
De dominee, de koster, heel het kerkvolk schrok zich lens
Het doopvont kwam ter plaatse om de vlammenzee te doven
Ach gut, riepen de dames Groen, de braam staat in de hens

Wat jammer nou, sprak dominee met rokerige stem
We halen bij de super wel een potje bramensjem

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Zonde!



Al is gebruik van drugs enorm in zwang,
ik rook niet, slik niet, spuit niet, snuif geen lijntje.
In coffeeshops voel ik mij niet senang.
Ik ben geen junk die met verbroddeld breintje
zijn lijf en ziel verkoopt voor nog geen schijntje.
Want roesgoed eist te vaak een zware tol,
dus ik gedraag mij nimmer als een zwijntje.
Voor mij geen sex and drugs and rock-'n-roll.

Ik raak als rokkenjager kant noch wol.
Geen lippenstift ontsiert mijn bleke wang.
Hoewel mijn lid bij tijd en wijle zwol,
joeg ik nog nooit een vrouwspersoon op stang.
Ik houd mijn lusten keurig in bedwang
en leef nog kuiser dan een oud begijntje.
Geen gure deerne neemt mij in de tang.
Voor mij geen wijntje, trijntje en refreintje.

Zo wandel ik heel deugdzaam naar mijn eindje,
maar zonder kleur of do re mi fa sol.
Ik vrees dat ik, bij komst van Mager Heintje,
de smaak niet kennen zal van alcohol.
Zo maak ik al mijn levensdagen vol.
Een saai bestaantje, zonder Sturm und Drang.
Ik spat niet uit en maak het nooit te dol.
O nee, voor mij geen Wein, Weib und Gesang.

Ja, dokter, ik leef ongetwijfeld lang,
maar zeg eens eerlijk: wat is nu de lol?
Dus is het allerbeste medicijntje
voor mij geen sex and drugs and rock-'n-roll?