00
De eeuw begon zo goed. Millenniumbug
Bracht mijn gegevens dertig jaar terug
Liet data weer de seventies beleven
Gelukkig bleek die olifant een mug

01
De eerste bloei van Leefbaar Nederland
Gaf reuring op teevee en in de krant
Men had de pest aan paars en liet dit blijken
Met Pim en Fred en later Ratelband

02
Een laatste tientje hier, wat franken daar
Daar lag m’n oude geld op het trottoir
Er werden heel wat munten omgewisseld
Voor euro’s die ik simpelweg niet spaar

03
Wie Wilnis niet kan plaatsen is gezakt
De dorpsbewoners werden zwaar gepakt
Een oude veendijk was door grote droogte
Maar ook door kabelboeren zeer verzwakt

04
Shouf Shouf Habibi is de nieuwe trend
Toch lollig wel zo’n multicultiprent
Wie geen partij kiest kan slechts concluderen:
Een cynisch integratiedocument

05
De kilo’s vlogen gierend van mijn kont
Met eierkoekenkruimels langs mijn mond
Heb ik me waarlijk sufgesonjabakkerd
Tot mijn humeur weer op depressie stond

06
Ach Marcolief wat doe je idioot
Je hart maar ook je portmonnee is groot
Ik ben een kleine kleurenblinde jongen
In wit licht lijken schaduwen zelfs rood

07
Minister uit het kabinet gegooid
Een prachtidee: een wijk voor wie berooid
En arm als Job de onderkant bewoont
Misschien iets voor ’t failliete Land van Ooit

08
Een berg, een gletsjer, geiser en een fjord
Waar zelfs de stoerste mens verdrietig wordt
Mijn spaarbank die geen cent meer uitbetaalde
De financiële wereld ging aan gort

09
Het eerste tiental eindigt met een geeuw
Heel West-Europa onder meters sneeuw
Sinds jaren weer een echte witte kerst
Twee-graden-norm? We zien wel deze eeuw

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Bont

Mijn oude oma Anna droeg een vosje
Zijn kopje aan de zijkant van haar nek
Het slingerde met spitse open bek
Onder haar bolle wangen met dat blosje
 
De bontmantel, chinchilla, nerts, konijn
Was volgens roddelpraat een middenklasser
Ik ruik terwijl ik schrijf het Kölnisch Wasser
Waarmee zij ruim besprenkeld placht te zijn
 
Mijn neus begroef ik in het zachte haar
De vossenbek voorzichtig in mijn handen
Mijn vingertoppen langs die scherpe tanden
Gelukkig nog een veilig soort gevaar
 
En 's zomers ging het duo in de kast
Waarna ik zelf de flitspuit mocht hanteren
Om elke mot alvast te liquideren
Maar oma hield hem ook een beetje vast
 
De tijd verstreek vervolgens veel te snel
En toen ik lief en lusten ging ontdekken
Ontstonden op de mantel kale plekken
Net als op oma's hoofd, dat witte vel
 
Maar leven kent nu eenmaal geen sur-place
En ik ben in dit vers ook afgedreven
Want wat ik ProRail mee zou willen geven:
Er gaan wel twaalf dassen in zo'n jas!