Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De vorstgrens is weer opgeschoven
en rillend sta ik naast mijn bed.
De gang van deken naar toilet
bezorgt me nou al winterkloven.

Wie ijspret heeft bedacht en sneeuw
vind ik de knoeier van de eeuw,
kijk mij daar nu eens zielig staan:

totdat ik eerst ben uitgerild
kruip ik weer in mijn koudeschild
met zeven lagen kleding aan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De bal



De mensen noemen mij een tennisbal
maar op het centercourt ga ik niks winnen
ga zelfs nooit aan een eerste set beginnen
geen oefenpotje in de tennishal.

Lig meestal op de schoenenplank hierbinnen
als we naar buiten gaan weet ik het al
wordt ingeklemd in lang rood krom geval
en naast me raakt er eentje buiten zinnen.

Dan in het park, driehonderd meter later
verlaat ik met een ruime zwaai de grond
en plons ik na een duikvlucht in het water.

Bejaagd en nagezeten door de hond
er vliegen eenden weg met veel gesnater
en ik vaar terug in Rakker’s zachte mond.