Bij de Nacht van de Theologie

Voorwaar, een waarlijk feestelijk gezicht:
Daar staan ze dan, de brave theologen
Zie hen bezwijken onder het gewicht
De staat van dienst waar zij op kunnen bogen
Hun woorden zijn geteld, gewikt, gewogen

Men huurt de Hermitage voor een feest
Waar elke theoloog moet zijn geweest
Een oude vraag klinkt hier: 'Wie is het meest?'

Gewichtig kijkend schikken zij hun togen
En wachten met devoot geloken ogen
De komst van het verlossende bericht
Want welke mensenzoon gaan zij verhogen?
Wie was spraakmakend in zijn onderricht?

De Nacht heeft sterk behoefte aan het Licht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Haper



De Haper kan niet slapen,
zijn denkschuif wil niet dicht.
Zijn vliegwiel blijft maar draaien,
wat o zo lastig ligt.

‘O was ik maar een kater,
een doedier zonder dacht!
Dan volgde ik mijn snorren
en joeg de hele nacht.’

De Haper ligt te malen,
wak staart hij in het donk.
Er kruipen kriebelmieren
door zijn gedachtenkronk.

‘O was ik maar een gaper
die omviel van de slaap!
Helaas, ik ben een Haper,
ik haap.’