Er is besloten deze buurt te slopen
De afbraak was al jaren aan de gang
Er is hier weinig wat nog kan ontroeren
Behalve flarden bloemetjesbehang
 
Er komen mannen die met mokers lopen
En met een hijskraan als een reuzentang
De puinvergruizer brokken blijven voeren
Tot aan het laatste bloemetjesbehang
 
Nu ligt het buurtje als een vlakte open
Maar als het stof daalt - en dat duurt niet lang -
Onthult een nieuwe woonwijk zijn contouren
Verdwenen is het bloemetjesbehang
 
Hier zullen nieuwe mensen huizen kopen
Met taatsdeur, keukeneiland, visgraatvloeren
Maar nooit meer, nooit meer bloemetjesbehang
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een spiegel een glimp

Zaltbommel voorheen en thans

 
Heb ik bij Bommel echt een brug gezien?
Opeens zag ik een brug. En aan weerszijden
geen pont, die je gewoonlijk daar ziet glijden
als je aan ’t sturen bent. Een tel of tien
dat ik zo stond, aan dek, aan ’t roer geklonken,
mijn koffie koud al in de tussentijd –
laat mij daar ergens uit een andersheid
een beeld ontwaren dat mijn ogen dronken.
 
Een fietsend joch. Zijn wapperende jas
over die brug, terwijl ik aan kwam varen.
Hij stapte af, hij lei een schrift in ’t gras,
 
en wat hij schreef zag ik dat verzen waren.
O, dacht ik, o, dat dat mijn zoon ooit was.
Pom pom, zong ik, mijn hart zal dit bewaren.
 
 
 
Contragedicht
 
Credits prentbriefkaart: F.L. Stehmann, Collectie Gelderland