het water van de vijver, glad als ijs
weerkaatst blijmoedig weelderige wanden
van hoogbejaarde dommelende panden
de vensters geven geen geheimen prijs

het zonlicht tart dit stadse paradijs
waar mist en luwte immer samenspanden
kastanjes langs de oevers knarsetanden
hun schaduwen gehuld in stemmig grijs

de vijver geeft aan stemmen geen gehoor
hij is een wijze zwijgende getuige
lijkt lichtelijk vermoeid, doch rimpelt niet

een spiedend oog, nog scherp, dat alles ziet
volharden zal hij, voor geen wanen buigen
hij houdt de politiek een spiegel voor

(Uit de bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dag Driek

driekstrikkl

Hier in jouw stad, aan tafel in 't café
Had Magere Hein zich echt geen raad geweten
We hadden hem de Sleutel uitgesmeten
Hij kreeg je om de dooie dood niet mee
 
En was de deur dan stevig dichtgedaan
Had jij weer op het leven kunnen klinken
Nog eentje om de pieren te verdrinken
Zoals het al die keren was gegaan
 
Wat moest je nou toch ook in Isfahan
Jij had dat van die tuinman moeten weten
En dat de dood dat vers niet was vergeten
En hij je spoorslags achterna zou kunnen gaan
 
Nu blijven wij hier achter als publiek
Dat jij zo kon ontroeren en vermaken
En ik wist niet dat dit me zó zou raken
Want dat je weg bent, dat doet pijn hoor, Driek.