ik had als plek het Binnenhof gekozen
een rustig bankje achter de fontein
met pen, een blocnote en een flesje wijn
het werd een dagje aangenaam verpozen

ik telde honderdvijftig dode mussen
elf pimpelmezen en een papegaai
een gier, zes kwartels en een bonte kraai
vier roodborsten, een blinde vink, intussen

begon ik aardig in de war te raken
want hoeveel glazen had ik nu al op
er dansten twintig kippen zonder kop
(of zie je dubbel als de drank gaat smaken?)

acht vredesduiven speelden zwaan kleef aan
een torenvalk en kerkuil waren maten
ze spanden samen met een rode haan
een havik wilde niemand binnenlaten

vol wijn hield ik de vogels in de gaten
toen zag ik dodo’s en ben weggegaan

 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Arme dichter



de dichter moet door diepe dalen gaan
zijn hele leven is een trieste bende
waar tijd verstrijkt met zwelgen in ellende
de wanhoop is niet bij hem weg te slaan

hij sleept zich voort, gebogen, ongeschoren
gekreukte lompen rond een mager lijf
het drinken als voornaamste tijdverdrijf
de lach is plechtig door hem afgezworen

maar met zijn pen kan hij nog altijd zweven
en lijmt hij scherven tot een fraaie zin
akkoorden door de hemel ingegeven

waarmee hij scoort bij veel te jonge meiden
die schoonheid bij hem vinden, binnenin
ach ja… een dichter kan niet altijd lijden

(Uit de nieuwe bundel Voldaan, uitgeverij Liverse)