Hieronder een voorpublicatie uit deel 3 van de Rijmkroniek des Vaderlands, "Van Wilem III tot Willem III" Na de successen van de Rijmkroniek des Vaderlands I en de Rijmkroniek des Vaderlands II (via de links voor 5 euro per stuk te koop), zijn Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie druk bezig aan een derde deel. Het principe blijft hetzelfde: Willem-Alexander vertelt elke avond voor het slapen gaan een stukje uit de vaderlandse geschiedenis aan zijn dochter Amalia en waarschijnlijk luisteren ook  haar zusjes gezellig mee!


Willem de Eerste was de eerste
Die als verlichte heerser heerste
Over het Noorden en het Zuiden,
Wat hij uiteindelijk verbruide
Zodat hij ook de laatste was,
Maar dat vertel ik later pas
Als we bij 1830 zijn.

’s Lands eerste echte soeverein
Was vooruitstrevend en voortvarend
En had daarbij een opzienbarend
Talent voor rekenen en taal:
In Frans en Duits en non-verbaal
Kon hij zich ongedwongen uiten.
Hij kende Adam Smith van buiten
Wiens “Wealth of Nations” dag en nacht
Door hem ter sprake werd gebracht,
Wat niet in dank werd afgenomen
Door zijn gezin, maar economen
Waren verbijsterd en vol lof.
Waar het de koopmansgeest betrof
Was hij een Hollander pur sang:
De Duitse mark, de Franse franc,
De roebel en het Britse pond
En welke munt ook maar bestond
Op de destijds bekende aarde,
Daarvan wist hij de wisselwaarde
En hoe je ermee winst kon maken.
Zo deed de koning goede zaken
In Neêrlands Handel-Maatschappij
En bovendien verdiende hij
Niet misselijke kapitalen
Te Brussel bij de Generale,
Terwijl hij, met haast niets begonnen,
Ook flink wat garen heeft gesponnen
Bij waterweg- en wegenbouw.
Ja, deze voorvader van jou
Heeft veel diepgravend werk verricht
Van Groningen tot aan Maastricht,
Al heeft hij zich bij elk project
Slim rekenkundig ingedekt
Door, mocht de onderneming slagen,
Zijn welverdiende deel te vragen
En werd de hele zaak een flop,
Dan draaide daar de staat voor op.
 morgen nog een stukje 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Vleermuis

Een vleermuis op zichzelf vormt geen gevaar.
Nee sterker, hij grossiert in heldendaden:
hij arbeidt als insectstand-regelaar,
bestuift de bloemen en verspreidt de zaden.
En wat ze in die Dracula-balladen
beweren, dat is simpelweg niet waar
(hij bijt niet in je nek, dat is zo) – MAAR
ik weet sinds ik een dwergvleermuis zag loeren:
het liefste vliegt ie in je haar
en blijft ie daar.

Een vleermuis stelt niets voor: een ooievaar
richt schade aan, bijvoorbeeld aan je schoorsteen;
zit in je afzuigkap een adelaar
dan wordt tot last, wat eerst een groot comfort scheen.
Een vleermuis ritselt, maar vliegt het sonoorst heen –
een vleermuis in je dak is geen bezwaar.
Maar ik durf haast geen pink meer te verroeren
als ik ze zie in het pissoir
want echt, ze vliegen in je haar
en blijven daar
en dat is naar.

Je ziet ze zelden in het openbaar;
ze zullen nooit de zondagsrust verstoren –
ze hangen in een grot dicht bij elkaar
of in een schuur, of een verlaten toren.
Dus waarom loop ik met gespitste oren
als ik een vlekje in mijn zicht ontwaar?
(Ik kan hier uren over ouwehoeren)
Hij vliegt het liefste in je haar
zo’n fladderaar
dan zit ie daar.
(Bij tante Aaf uit Wassenaar
wel veertig jaar!)

Ga ’s avonds nooit naar buiten zonder schaar
en nooit en nooit blootshoofds een vleermuis voeren
want voor je ’t weet ben je als wandelaar
of brave burgerman over je toeren.
Bereid je voor op commentaar
want het is onverenigbaar
met goede smaak, dit accessoir.
(Ik hoor ze al bij Boulevard:
“Hij loopt voor gék met dat bête noire!”)
Ik zeg het nogmaals klip en klaar:
het is een duivelskunstenaar…
Maar wacht, o nee, wat voel ik daar?
WEL GODMILJAAR!