|
Welkom,
Gasten
|
|
Bommel ( Krimpsonnet. Eerste regel van Martinus Nijhoff)
Ik ging naar Bommel om de brug te zien En kwam mijn favoriete tante tegen Ik heb veel tantes hoor, het zijn er negen En nog een tante die wordt doodgezwegen Ik denk nog vaak aan haar, ja ik mis Gien Ik sprak een poosje met mijn tante Sien Die rooie ja, ze oogt nogal gedegen Mijn tantes Fien en Lien, die zijn verlegen Dat geldt ook voor mijn jongste tante Pien Dan is er nog de tweeling Ien en Mien Die van de grutten, keien in het wegen Maar niet zo goed als oudste tante Stien Eén woont er op de tiende, boven Dien De liefste van het stel, en dat is Tien * |
|
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
|

‘In Brabant is de laatste spreeuw gevlogen’
Zo sprak een buurvrouw in een jammerklacht
De winter klopt, en in haar monologen
Aanhoorde ik een zweem van mededogen
‘De laatste spreeuw. Hun trek is thans van kracht
Verdomd, ik zag ze met mijn eigen ogen
’t Is hard, soms denk je dat ze ons niet mogen
Gevlucht, als dieven in de najaarsnacht’
Het lieve mens dat mij dit ‘nieuwtje’ bracht
Had in de verste verte nooit verwacht
Dat haar geouwehoer weloverwogen
Door mij ooit in een versje werd herdacht
De laatste spreeuw kan zo op aanzien bogen
Maar wat te doen met buuf van nummer acht?
(Schaduwgedicht op 'In Lapland is de eerste sneeuw gevallen' van Drs. P)