Ach die jeugd, wat zijn ze toch vernieuwend en fris!
Ik ben pas vijfendertig, maar het gaat me al te snel, dat rappen met die moeilijke binnenrijmklanken
Liever grijp ik terug op de goede oude tijd.
Dit bijvoorbeeld, uit 1626:
Merck toch hoe sterck nu int werck sich al steld!
Die ’t allen tyd Soo ons vryheyt heeft bestreden:
Siet hoe hy slaeft, graeft en draeft met geweld!
Om onse goet En ons bloet En onse steden,
Hoor de Spaense trommels slaen!
Hoor Maraens trompetten!
Siet hoe komt hy trecken aen!
Bergen te besetten.
Berg op Zoom Hout u vroom, Stut de Spaensche scharen;
Laet ’s Lands boom End’ syn stroom Trouwlyck toch bewaren
’t Moedige, Bloedige, Woedige swaerd
Blonck En het klonck, Dat de voncken daer uyt stoven.
Beving En Leving, Opgeving der aerd,
Wonder Gedonder, Nu onder was, nu boven,
Door al’t mijnen en ’t geschut,
Dat men daeg’lycx hoorde;
Menig Spanjaert in zyn hut
In syn bloet versmoorde.
Berg op Zoom Hout sich vroom;
‘tStut de Spaensche scharen;
‘tHeeft ‘sLands boom End’ syn stroom
Trouw’lyck doen bewaren.
Die van Oranjen Quam Spanjen aen boort,
Om uyt het velt Als een Helt ‘tGewelt te weeren:
Maer also dra Spinola ‘theeft gehoord,
Treckt hy flocx heen Op de been met al zyn Heeren.
Cordua kruyd spoedig voort,
Sach daer niet te winnen;
Don Velasco liep gestoort:
’t Vlas was niet te spinnen.
Berg op Zoom hout sich vroom,
‘tStut de Spaensche scharen;
‘tHeeft ‘Slands boom End’ zyn stroom
Trouw’lyck doen bewaren