Oldtimer
De buurman tuft trots door de straat in zijn Ford
Een oldtimer, roestig, de bumpers vol krassen
Een gammele barrel waar vaak wat aan schort
Hij staat ieder weekend zijn brikkie te wassen
De buurman is zelf, nu hij 70 wordt,
Een oldtimer, roestig, een ziel vol met krassen
Een gammele kerel waar vaak wat aan schort
Hij schijnt zich slechts één keer per week nog te wassen
Voor iedereen geldt als de jaren verstrijken
Je gaat meer en meer op een roestbakkie lijken
copilot