Die twee halfdove mollen uit Hijken
Lieten vaak hun bewondering blijken
Voor gebarentolk Nel
Dankzij haar kon het stel
Toch naar Wie is de Mens blijven kijken
De nacht lijkt niet veel groter dan een kist, een ruimte met uitsluitend dode hoeken waarin je naar een uitgang ligt te zoeken terwijl je elk gevoel voor richting mist.
Je hebt je oude leven uitgewist toen je besloot om deze reis te boeken, nu groeit met alle ingehouden vloeken het voorgevoel dat jij je hebt vergist.
Je schreeuwde dat je liever wou vergaan dan domweg te berusten in ‘t bestaan waar God en geldgebrek je leerden knielen
maar als je ooit de overkant bereikt is het alsof je weer een hel in kijkt: een avondland bevolkt door bange zielen.