|
Welkom,
Gasten
|
|
Ze woelt en draait een keer of tien miljoen
De zandman komt haast elke avond later Dan staat ze op en haalt een glaasje water En nijdig trapt ze naar haar linkerschoen Beneden een etude van gespetter Met fluisterstemmen en serviesgekletter Haar ouders die de late afwas doen Haar ogen dwalen heel de kamer rond Langs boekenplanken en de paardenposter Haar tas, het prikbord met het laatste rooster De spinnenweb in 't hoekje van 't plafond Een zucht zo diep dat heel het dekbed deinde De knuffelberen aan het voeteneinde Die liggen morgenochtend op de grond Twee autolampen schijnen door het raam En als de lichten langs de wanden schaven Dan is het net alsof de paarden draven Langs boekenplanken en een poppenkraam De wekker, afgesteld op kwart voor zeven En in haar dagboek, in het rood geschreven Omringd met dertien hartjes staat zijn naam Ze zet haar voeten tussen spijlen klem En telt, omdat ze maar niet in kan slapen Met ingehouden woede hardop schapen Maar al bij nummer negen breekt haar stem En zilte, hete tranen van verlangen Bevochtigen haar kussen en haar wangen Ze houdt zo allemachtig veel van hem |
|
't Wendt wel!
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
Bedankt door: Bas Boekelo
|
