|
Welkom,
Gasten
|
|
Fanfare
In ‘t oude dorp, het is niet groot, bloedt de Fanfare langzaam dood door structurele ledennood, zo’n twintig vacaturen. De jeugd gaf het al heel lang op. Ze dreunen Metal, zweten Pop of Hippen hier en daar wat Hop tot in de kleine uren. De oude leden, grijs of kaal, ze doen hun best, maar ’t klinkt banaal. De embouchure slonk fataal, daartegen zijn geen kuren. De dirigent, hij slaat zich voort gestadig naar het slotakkoord. Totdat er niets meer wordt gehoord . . . het zal niet lang meer duren. Adriaan van Dam |
|
Alleen ingelogde leden kunnen reageren.
|

Het is de juffrouw in het trapportaal
Het zijn de motten in een oude jas
Het is de grijze trui en rode sjaal
Het is de droom die zo waanzinnig was
Het is het rijtuigie een dag in maart
Het is het hoorngeschal in berg en dal
Het is de ansichtkaart met kar en paard
Het is het bord spaghetti met een bal
Het is het clubje met de mandolien
Het is de vlo die in het circus sprong
Het is de bakkersdochter Josefien
En al de liedjes die ik voor haar zong