G s m, g s m,
In de metro en de tram,
In de bus en in de trein,
Ieder moet bereikbaar zijn.
Hardloper in ademnood,
Bollenkweker en piloot,
Vrouwtje die haar hond uitlaat,
Iedereeen die belt op straat.
Boeienkoning en bloemist,
Paardenslager, violist,
Kinderarts en pedofiel,
Iedereen die belt mobiel.
G s m, g s m,
In de metro en de tram,
Pierlala en maag’re Hein,
Ieder moet bereikbaar zijn.
Wandelend of aan ‘t werk,
In de kroeg en in de kerk,
In een roeiboot, in een tent,
Als je maar bereikbaar bent.
Technicus en telepaat,
Doe het zelver, burocraat,
Fabrikant van kersenjam,
Iedereen een g s m.
G s m, g s m,
In de metro en de tram,
Patriot en francofiel,
Stropdas en in boerenkiel,
Bijdehand en infantiel,
Dwarskarakter en dociel,
Honderd kilo en fragiel,
Erich Kästner und Emil,
Barnevelder en de kriel,
Hondenmepper in’t asiel,
Op Terschelling, in Den Briel,
Iedereen die belt mobiel.