In zijn boek 'Der Geist als Widersacher der Seele' bouwt de filosoof Ludwig Klages een hele levensbeschouwing op het verschil tussen ritme en regelmaat (metrum).
Ritme is volgens hem: 'de opeenvolging van het op elkaar gelijkende' en regelmaat (metrum)is: 'de opeenvolging van het aan elkaar gelijke.
Ritme is de ademhaling, de golven van de zee, nooit precies gelijk, met daaronderliggend de regelmaat.
Denk aan de wiskundige vormen van een blad aan een boom: alle bladeren hebben dezelfde onderliggende vorm, bijvoorbeeld een ellips, maar geen blad is gelijk.
Ritme is levend, regelmaat is dood.
Als je een gedicht metrisch declameert is het dood: 'Ik wéén om blóemen ín de knóp gebróken: niemand zegt zo een gedicht op. Je declameert ritmisch, maar dat ritme wordt bepaald door het daaronderliggende metrum.
Ritme, dus leven, zit ook in de structuur van het gedicht, de bladspiegel, zelfs in de lettervorm, reden waarom ik schreefloze letters haat.
Dat de termen tegenwoordig door elkaar heen gebruikt worden is reden dat bijvoorbeeld architecten met hun dode, metrische gevelstructuren wegkomen door ze ritmisch te noemen.
Ritme is de stroom, metrum de bedding.
Metrum bepaalt het ritme, maar is het ritme niet.
Storingen in het metrum kunnen je uit het ritme halen, dat kan storend zijn, maar dit hoeft niet per se.
Zie mijn versje bij het enge Friese Woud.Dat begint met een opmaat, i.t.t. de volgende jamben maar doet naar mijn gevoel geen afbreuk aan het ritme.
Afijn, er valt hier inderdaad een hoop over te zeggen, ook omdat in het verleden veel tegenstrijdige teksten over dit onderwerp verschenen in de tijd dat dichters zich goden waanden en ontkenden van metrum gebruik te maken en beweerden dat hun ritme puur gevoelsmatig tot stand kwam, Ze logen aantoonbaar, want gingen keurig vijfjambig te werk. Albert Verwey liet zich ook door hen in de luren leggen en schreef een heel boek hierover vol prietpraat.