Wanneer ik u zou vragen naar
uw meest onnutte lichaamsdeel,
dan zou u zeggen: “zeg het maar”,
“dat heb ik niet” of “weet ik veel”.
Wellicht meldt u na diep gepeins
amandelen of blinde darm.
Een lolbroek zegt met grote grijns:
“de tatoeage op mijn arm”.
Maar toch volgt er op ieders keus
mijn onverbiddelijke NEEN.
Kijk toch eens verder dan uw neus:
de nagel van uw dikke teen.
Heeft u ooit met dat lomp stuk hoorn
een lastig lipje opgewipt?
Dit onnut ding ontvlamt in toorn
als het niet tijdig wordt geknipt.
Hij baant een weg door kous of sok,
maar dat is enkel het begin.
Krijgt u het met hem aan de stok
dan groeit hij uit en groeit hij in.
Misschien komt alles ooit nog goed,
misschien verdwijnt hij nog wel, ooit;
een mens met nagelloze voet
is evolutionair voltooid.