De Schepping
Genesis 1 - 1:5
Er heerste chaos overal,
van alles was er niets.
Er was toen zelfs nog geen heelal,
laat staan een boot of fiets.
Het was een bende her en der,
maar God zweefde reeds rond,
Hij zag het zooitje aan van ver
en dacht: ‘aan ’t werk, terstond
de armen uit de mouwen dus,
de handen aan de ploeg,
hier ligt een hele zware klus
in zweterig gezwoeg’.
Hij schiep een grote grauwe bol,
slechts water zonder grond,
die draaide als een duistere tol
zijn kringetje in ’t rond.
Hij hing toen ook een peertje aan
het hemelse plafond
en heeft de knop op ‘aan’ gedaan
waardoor er licht ontstond.
En ’s avonds bij het slapen gaan
deed Hij de lamp op ‘spaar’,
die bleef zo tot de ochtend staan.
De eerste dag was klaar.
Genesis 1 - 6:8
Het water stond tot aan het dak,
de golven liepen hoog,
ze rolden van het oppervlak
tot in de hemelboog.
En Jahweh ging weer aan het werk,
dit keer met pomp, algauw
verdween het water uit het zwerk,
de Hemel kleurde blauw.
Beneden was het nog wel nat,
maar boven lekker droog
en God zei: ‘‘k ben op ‘t goede pad
’t is netjes voor het oog
Ik pik nu eventjes een blaas
-dat ik op adem kom-,
het valt niet mee als eigen baas’.
De tweede dag was om.
Genesis 1 - 9:13
Toen God zijn adem weer hervond
ging Hij dra aan de slag.
Het was al water wat er stond,
geen enkel vruchtbaar stukje grond
dat op het droge lag.
Hij zei: ‘hier moet iets aan gedaan,
met al die nattigheid
kan er geen boom of plantje staan,
ik pak het met de dragline aan,
er is maar één dag tijd’.
Hij groef wat kuilen in de korst,
het water stroomde aan,
geen druppeltje werd er gemorst
-nou ja, wat spatjes op de borst-;
ziedaar: de oceaan.
Het nieuwe land dat zo ontstond
lag nauw’lijks één tel braak,
het kiemde rijk aan boerenbont
en strooide vrucht en zaden rond
ter schoonheid en vermaak.
Jahweh bekeek de klus voldaan
en zei: ‘wat ik vermag
dat noopt beslist tot verdergaan,
maar voor vandaag is het gedaan’.
Dat was de derde dag.
Genesis 1 - 14:19
Reeds op de eerste dag had God het licht doen schijnen,
maar toen Hij deze morgen uit het venster keek
vond Hij het pitje van de peer een beetje bleek
en ook de spaarlamp stond wat flets bij de gordijnen.
Hij mopperde: ‘mijn lieve God, doe er wat aan,
haal weg die peer en laat een zon de aard’ beschijnen,
en als de dagloop haar des avonds doet verdwijnen
ontsteek dan sterren in het zwerk rondom een maan’.
En zo heeft God het ook uiteindelijk gedaan:
er kwamen zon en maan en sterren aan de lucht.
Hij gaf de aarde toen een rondedans als vlucht,
zo zijn na dagen, weken, maanden, jaar’ ontstaan.
Ook de seizoenen kwamen daarmee aan de beurt.
De vierde dag werd streng bezien en goedgekeurd.
Genesis 1 - 20:23
De aarde had dus land en lucht en zeeën
en ook de vegetatie deed het best.
Het werd nu tijd dat God ten lange lest
zijn aandacht aan de dieren ging besteden.
Hij zei: ‘ik maak de beesten in het water,
de walvis eerst, want die komt goed van pas
voor Jonas, die er in zat zo ik las’
(da’s tweeëndertig bijbelboeken later).
Ook zorgde Hij voor ponen en garnalen,
de oceanen wemelden van vis.
‘Het zijn de hemelwieken die ik mis,
ik zal ze uit mijn toverdoos gaan halen’.
En zo kwamen de vogels in de lucht.
De vijfde dag bracht scholen en de vlucht.
Genesis 1 - 24 : 31
Genesis 2 - 1 : 4
Wel vluchten van vogels en scholen met vissen
en zaaddragend groen op het vruchtbare land,
geen leeuwen en schapen, noch bedden die pissen,
laat staan slingerapen, kameel, olifant.
‘Hier moet wat gebeuren’, zei God bij zijn eigen,
‘het gras moet begraasd en de bodem bemest.
Ik ga weer boetseren om beesten te krijgen,
dat is niet eenvoudig, maar ik doe mijn best’.
Zo schiep Hij het vee, al wat kruipt, wilde dieren,
van koeien tot slakken, van tijger tot knuit,
van luizen tot padden, van muizen tot mieren
en God zei: ‘’t is goed zo, het ziet er leuk uit’.
Het was toen nog tamelijk vroeg in de morgen
en God dacht: ‘het onderhoud lijkt me wat veel,
ik zal er vandaag toch maar even voor zorgen
dat ik kan vertrouwen op goed personeel.’
Toen schiep Hij de mens uit het stof van de aarde
en blies hem de adem in, middels zijn neus,
en zei hem: ‘nu moet je goed horen mijn waarde,
jij wordt hier de zetbaas, welaan, ouwe reus’.
En daarmee kwam dag nummer zes tot een einde.
De winkel kon open met Adam als baas.
De Schepper is gapend zijn bed in gekropen
en zo werd het Sabbat
en einde relaas.
Koos Haydn