Wimmetje
Wim is zo stijf en serieus en zo gewoon en grijs.
Zijn dassen zijn niet flamboyant, hij laat zich nooit eens gaan
en heeft hij soms geen zin, dan máákt hij zin eraan.
Wim is bedaard, Wim is nooit eigenwijs.
Wim Kok krijgt nooit een bloemetje, laat staan een teddybeer.
Wim is veel te afstandelijk, Wim is te veel een heer.
Met Wimmetje valt altijd wel te praten.
Wim wil die rare vluchtelingen binnenlaten.
Al is ons land ook vol, toch laat Wim ze erin
uit solidariteit en uit gemeenschapszin.
Wim is zo braaf, Wim is zo saai, die ouwe.
Kan Wimmetje niet nog wat langer mee?
Wim Kok, die nooit eens zeggen zal: “Hè nee!”
Wim Kok, die zo voorspelbaar is, op wie we kunnen bouwen.
Ach, konden we Wim Kok maar altijd houen.
Katja Bruning, mei 2002