In de buurt van de stad
Zit een lelijke pad
Voor zijn huis op de mat
Stil te zonnen.
Hij denkt terug aan de tijd,
Was zijn schoonheid niet kwijt,
Vriendschap deeld’hij bereid
Met baronnen.
Tja, als prins geef je raad,
Elke dag goede daad.
Leven is als een draad
Goed gesponnen.
Maar die heks was niet niks,
Hij vergiste zich fiks:
Nu zit hij in de Styx.
Wat begonnen?
Op een meisje gewacht?
Die hem kust op zijn vacht,
Want zij heeft vaak een macht
Onontgonnen.
Wordt hij dan weer een prins?
Soms wat zoet, soms wat rins,
Hij geeft zich nog geenszins
Gewonnen!