ziehier het leven
van Drimbel en kater
bezopen en verdreven
twee druppels in ‘t water
de bruggen,
de wegen,
de kroegen
en stegen
overal rotzooi
en altijd weer die regen
verdomd het is waar, zuiver en klaar
mijn kater en ik zijn beiden halfgaar
van ’t vreten uit blik, ’t schooien op straat
het licht werd groen maar kwam te laat
ziedaar het sneven
van Drimbel en kater
oh ironie, ze bleven
slechts druppels in ’t water