Een watervogel uit Nieuw Sloten
Was vroeger in zijn jeugd verstoten
Ik weet nog goed, zo sprak hij pas
Dat ik een lelijk eendje was
Gelukkig bleek die afkeer rekkelijk
Ze vinden mij nu woest zwaantrekkelijk
Twee regels komen uit de sonnettenkrans "De hemel strooit zijn sterren aan de kant", een ode aan het Zeeuwse landschap, door Bas Jongenelen & Anne-Marie Maartens:
- De hemel strooit zijn sterren aan de kant: meestersonnet, regel 4
- Ik moet hier weg, ik hou het niet meer uit: sonnet 7, regel 12