Als ik nerveus de envelop bepotel
Vol twijfel op de kamer van mijn hotel

En mijn zo zuurverdiende geld sneu natel
Bestemd voor mijn verwenster uit Neuchâtel

Vind ik me meer en meer een stomme ezel
En worden spijt en schuldgevoel mijn gezel

Maar dan klinkt aan de deur een woest gejodel
Van Orsch, mijn meesteres, een beunend model

Ze commandeert me hitsig uit mijn zetel
En leidt me naar de bedmat aan mijn bretel

Ik krijg een blinddoek voor, de eerste wrevel,
Voel sporen, zweepje, hoor een smerig bevel…

Nog steeds als ik mijn beurse lijf behandel
Voel ik me een verpletterde frikandel

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

In de wachtkamer

Wachtkamer
Freepik
 
Het is vandaag weer overvol:
migraine, astma, buikpijn, griep,
paniekaanval, cholesterol,
een indigestie, een poliep.

Er wordt geleden en getreurd,
men voelt zich depressief en moe
en zit te wachten op zijn beurt,
een enkeling tot bloedens toe.

Mijn rol? Ik zorg voor wat vermaak,
zo’n ziekenboeg moet opgepept,
mijn spelletje valt in de smaak:
‘Ik heb ik heb wat jij niet hebt.’

Dan moet je raden van elkaar
met welke kwaal de ander tobt.
Ik heb met krukken en brancard
al vele wachtenden gefopt.

Mitella om mijn elleboog,
een angstaanjagend hoestprobleem,
een gipskraag, een bepleisterd oog,
terwijl ik kom voor mijn eczeem.

Het wordt steeds schalkser toegepast,
het is gegroeid tot fenomeen,
of men nu maalt of moeilijk plast,
men veinst zich doof of slecht ter been.

Er wordt geanimeerd gegrapt,
we lachen ons een deuk, een bult.
Soms is een kneus zo opgeknapt
dat hij vertrekt vóór het consult.