Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

winterleed

De winter staat me zo ontzettend tegen
Ik ben het pokkenweer al maanden zat
Vanavond kwam ik thuis, verkleumd en nat
Want sneeuwt het niet, dan is er mist of regen

Ook heb ik gister ernstig kou gevat
Ik haat de vorst, de onbestrooide wegen
Al twee keer heb ik op mijn gat gelegen
Want ook de stoepen zijn gevaarlijk glad

Ik woonde vele jaren op Bonaire
Mijn ouders zijn de armoe daar ontvlucht
Zo werd mijn warme winter een polaire

Voor global warming ben ik niet beducht
Die is het antwoord juist op mijn misère
Dus ik vrees de klimaatdiscussieklucht

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Naar zee



Ze zouden trouwen.
Hij moest naar zee
om vis te vangen.
Zij kon niet mee.

Zij stond hem liever
geheel niet af
al aan de Noordzee,
dat zeemansgraf.

Hij viste tong en
hij viste bot.
Toch wachtte hem daar
een droevig lot.

De wind was hard en
de wind was west.
Da’s voor zo’n schuitje
niet al te best.

De verre kust heeft
hij niet gehaald.
De vis wordt altijd
nog duur betaald.

Hij zonk al bijna
diep naar omlaag
toen hij gevat werd
al in zijn kraag.

Met al zijn krachten
greep hij een koord.
Een sterke dame
hees hem aan boord.

Zij hield hem warm in
die lange nacht
in het vooronder
al van haar jacht.

Zijn leven werd een
belevenis
sinds hij op zee toen
gebleven is.