inspiratie
Pixabay
 
Een wolkenlucht onttrekt de oude stad
Aan Gods gezicht: de schilder nam het woord
Zijn frisse stem, nog jong en ongehoord
Herschiep wat zin en glans verloren had
 
Visioenen, balancerend op het koord
Van kleuren, sober; vormen streng gevat
In vlakken, hoekig; lijnen, strak en glad:
Een stad van alledaags tot magisch oord
 
Als Willink zou ik zijn, een vrije geest
Een niet meer weg te denken grote schrijver
Met taal zou ik een nieuwe wereld bouwen
 
Kon hij op visie en talent vertrouwen
Ik moest het doen met goede wil en ijver
En schiep wat er al was, of was geweest

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op een snoeshaan

snoeshaan
ClipArtKey
 
Een snoeshaan veinsde: “ik ben geen janhen”
en bauwde stug: “ik kraai omdat ik ben”.
Met scherpe snavel voelde hij zich sterk,
onkwetsbaar zelfs bij ‘t haan-de-voorstewerk.
Zijn kippen tokten: “doe niet zo gewichtig,
er heerst een ziekte hier, dus doe voorzichtig!”
Door hun bemoeiing werd hij kukelkwaad
en schimpte: “fake! da’s domme krielkippraat!”
Ocharm, de hoge kraaier werd wél ziek
en moest op slag naar de Poehaankliniek.
Zo bleek maar weer: de hoogmoed komt ten val,
ook in het aardse pluimveetranendal –