Josien die zeven maanden zwanger was Kwam langzaam naar het podium geschoven Ze hupste daar de cola uit haar glas En even kwam het kind in haar naar boven
We werden jeugdlid tegen wil en dank, toch is bij ons het voetbalvuur ontstoken. Eén teamgenoot is later doorgebroken: hij zat een jaar bij Roda op de bank.
Als puber kwamen wij hier om te roken in de dug-out met meegebrachte drank. Ik kwam daar in die tijd vooral voor Ank want tussen ons was er iets moois ontloken
totdat zij ging studeren in de stad. Er zijn maar weinig jongeren gebleven; de hele voetbalclub lag op z’n gat.
De grasmat kreeg een nieuw uitbundig leven. Tot onze vreugd ging de dug-out niet plat; we hebben hem tot leugenbank verheven.
Dit gedicht is de winnaar van Afbakverswedstrijd 84 met als thema "vergane glorie". Het is geschreven bij de onderstaande foto van organisator en jury Jaap Bakker.
Harde Corendoneis! Wij wijzen bondscoach aan! Dick Advocaat! Curaçao kampioen!
Haal hem terug met zijn Methusalemische Experiëntie! En Anders geen poen!
Corendon, sponsor van de Curaçaose voetbalbond, eiste van de bond dat men Dick Advocaat terug zou nemen als trainer. Dat gebeurde, een bewijs dat geldschieters meer dan een vinger in de pap hebben. De zittende trainer, Fred Rutte, nam vrijwillig ontslag, al lijkt me dat in de voetbalwereld een rekkelijk begrip.
Ik leef graag ruim en comfortabel maar alles lijkt te klein voor mij. Zo werd mijn leven miserabel. Mijn schoenen knellen. Allebei! Het fietshok is te nauw bemeten, ik pas niet op de keldertrap. En altijd moet ik rechtstaand eten, de keuken is gewoon te krap. Mijn mok, daar zit een muizenoor aan. De tuin is ook al ondermaats. Zo kan ik nog wel even doorgaan, helaas is hier te weinig plaats.
Het valt uiteindelijk weer reuze mee De wereld lijkt veel minder op te warmen Dus weg met al die nare weeralarmen Voorlopig gaan we slechts richting de twee
Wel stijgt de zee hooguit zo’n een, twee meter Komt er steeds minder water uit de kraan En gaat de hele Veluwe eraan Want het wordt heel wat hittegolfjes heter
Maar vliegen zal voorlopig nog wel lukken Je stedentripjes, want men moet er uit Het is een kniesoor die de noodklok luidt Totdat je hier zelfs ananas kan plukken
Is er fossiel genoeg om op te stoken Nog veel meer bossen kunnen omgekapt En ook naar adem kan nog wel gehapt Voordat we in ons eigen sop gaan koken
We hebben nog tot eenentwintig honderd Tot Moeder Aarde zegt: ‘Nu ópgedonderd!’
Het wordt een ouder dikwijls bang te moede: een maatschappij vol ruzie en geweld, je wilt zo graag je kinderen behoeden, hen loodsen door moeras en mijnenveld.
Wij doen ons best om zoonlief op te voeden: geen fatbike, hangplek, schuttingtaal, gescheld, hij kent slechts Pokémonverzamelwoede en heeft zich bij de scouting aangemeld.
De jongeling behoeft geen geselroede, zijn kalme aard heeft ons gerustgesteld, hij bouwt zorgvuldig aan zijn spaartegoeden, waar hulp gewenst is, komt hij toegesneld.
Hij helpt bejaarde stumperds met gebreken voor twintig euro bij het oversteken.
een jonge geit uit Stampersgat is gras en struiken meer dan zat hij smacht naar burgers, Franse frietjes en milkshakes met die fijne rietjes zijn ouders balen als een stekker het is haast elke dag geMac‘er
Het is wel duur nu met die olieprijzen Ik ging besparen op mijn verre reizen De heenreis wel, de thuisreis ging per post Waardoor de reis per saldo minder kost Helaas was ik niet thuis om te ontvangen Dit wordt een lange nacht, een hele lange
August Macke - Hoedenwinkel (1913) (Wikimedia Commons)
Hoe schilder je de stilte in een straat, de eeuwigheid als een momentopname? Het antwoord ligt besloten in een dame die zwijgend voor een hoedenwinkel staat
hoewel het daar in hoofdzaak niet om gaat maar om volstrekt ontbreken van reclame, verbeelden vrouw en etalage samen een manifest tegen de overdaad
De mode die als massafabricaat voor iedereen beslist in elke maat een hangplek krijgt in uitverkooppaleizen
Kom binnen, kwaliteit is onze kracht wij kleden u hier uit terwijl u wacht en alles tegen schappelijke prijzen
In fruitteeltland was er geen evenknie van Els, die elke oogst strikt registreerde en steeds het aantal en de staat noteerde. Vaak werd dat met haar spelling poëzie.
Zo schreef ze eens kortbondig bij de kersen scherpzinnig en vakkundig 'achttien versen'.
De dag begint met koffie en mijn mail. Ontspannen start ik met de eerste taken: notulen en een plan van aanpak maken, een uiterst overzichtelijk geheel.
De bel: een flink pakket voor onze buren. Of ik het aan wil pakken? Geen probleem! Een mooie break, waarna ik koffie neem en verderga met nog een mail versturen.
De bel: een jochie in sportieve kleren. Een lootje voor zijn club? Ik koop het snel en plak zo’n fijne sticker bij de bel voordat zijn vriendjes komen informeren.
De bel: het zijn twee aardige Getuigen. Ze bieden mij zelfs iets te lezen aan. Wel fijn dat zij daarna weer verdergaan, want anders valt mijn planning nog in duigen.
De bel: Michiel en Maren van hiernaast. Hun bal is in mijn achtertuin gevallen. Ze zullen – echt, beloofd! – niet hard meer knallen. Ik pak hem vlug en krijg een beetje haast.
De bel: wat nú weer? Ach, een collectant die opkomt voor het lot van sneue dieren. Omdat hij heel mijn planning komt verstieren, is mijn reactie wel wat aangebrand.
Een schetsje voor mijn plan, een half verslag – ik hoopte toch wat beters te bereiken. Helaas, daar ga ik morgen maar naar kijken op wéér zo’n veelgeprezen thuiswerkdag.
Een macho haan uit Marken-west Komt soms na tienen uit zijn nest Waarna meneer het hok laat weten Dat hij drie eitjes wenst te eten Hij bindt pas in zodra hij merkt Dat er geen kip meer samenwerkt
Nadat ik het onderwerp ‘meikevers’ las Verschoot ik van kleur en begon ik met schrijven Het lukte mij amper om rustig te blijven Daar links achterin naast Michiel in de klas
Ik schreef hoe ze zat op de stam van een eik De lente begon, dus ook zij ging naar buiten Haar glanzend gelaat deed de vogeltjes fluiten Een prachtexemplaar, als een engel gelijk
Uitvoerig beschreef ik dat krullende haar Haar lachende mond en die heldere ogen De mooiste op aarde, geen woord van gelogen De rijmwoorden zocht ik secuur bij elkaar
Ik leverde stralend mijn schrijfopdracht in Ze las het direct en ze moest ervan blozen: ‘Wat heb je je woorden zorgvuldig gekozen Ik voel jouw emotie in iedere zin’
Ze kon er helaas geen voldoende voor geven Ik had er die kevertjes bij moeten halen Maar rechts van haar kast mocht mijn Meike-vers pralen Dat versje speciaal voor juf Meike geschreven
Met dure champagne, zo vier je de liefde Wanneer je elkaar meer dan innig bemint Wel pech dat die kurk net jouw oogkas doorkliefde Maar ach, het bewijst wel weer: liefde maakt blind
Ineens ben ik de dampkring uit geschoten Door stuwraketten in mijn stoel gedrukt Onstuimig aan mijn vaste baan ontrukt Terwijl de sterren om mijn oren floten
Ik had het roer niet langer in de hand En toen de zwaartekracht was opgeheven Kon ik alleen nog onbeholpen zweven Hoe ben ik hier in hemelsnaam beland?
De ruimte geeft aan alles nieuwe waarde De heimwee knijpt mijn ademloosheid dicht Mijn rug draait naar de zon, mijn schaduw ligt Onzichtbaar nietig op de blauwe aarde
De tijd is hier aan mij voorbij gegleden Dus mag ik alsjeblieft weer naar beneden?