Zoals een oude eik, door slagregens en gure
herfststormen ruw gegeseld en meedogenloos
beroofd van zijn dor loof, het zwaar krijgt te verduren -
zijn stramme stam buigt door, zijn wortels breken, broos;
 
hij steunt en kreunt gekweld, zijn kale takken schuren
langs zijn bemoste bast - zo bleef hij nog een poos
manhaftig zich verweren, de held, die van nature
een fiere dood boven een veile vlucht verkoos.
 
Mijn hemel, ik houd op, want dit duurt zo nog ureb -
een kolfje naar de hand van Biderdijk of Kloos!
Alexandrijnen hebben weliswaar allure,
maar lopen bij mij mank, of uit de maat, altoos.
 
Die versvoeten bijvijlen : voor een pedicure
zou het een godmijn zijn, maar ik blijf brodeloos.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Quattro stagioni

mucha
Alphonse Mucha, 1897
 
Violen snerpen, contrabassen brommen
De dirigent tikt op zijn lessenaar
Een handgebaar doet het rumoer verstommen
 
Vivaldi's meesterwerk staat voor u klaar
Waarin hij vier sonnetten heeft verscholen
We spelen alle delen na elkaar:
 
De lente - vrolijk feest voor de violen
De zomer als een lange lome geeuw
De late herfst met jagende triolen
 
Dan pizzicato voor de eerste sneeuw
En denk erom, dit stuk wordt opgenomen
Dus geen gekuch, gegiechel of geschreeuw
 
Zorg dat het klínkt vanaf de eerste tel
Wanneer ik zo de pizzabakker bel
 
Ook ons forumlid Christiaan Abbing zond een prachtig vers in voor de Vivaldi-sonnettenwedstrijd