Het dichten lukte hem niet meer,
ideeën had hij niet.
Dat voelde zo
onwerkelijk,
het voelde als failliet.

Geen passend rijmwoord valt hem in,
de klemtoon ligt verkeerd.
Hij huivert van
ontsteltenis,
nu hij die kunst ontbeert.

Waar blijft zijn vaardig woordenspel,
zijn beeldspraak, zijn esprit?
Ooit ging het zo
gemakkelijk,
maar dat is nu fini.

Hij was een meester in het vak,
jongleerde met de taal.
Nu zit hij daar
besluiteloos
en blijft de bladzij kaal.

Zijn bundels werden steeds herdrukt,
hij stond op elk toneel.
Nu rest slechts de
herinnering,
althans een zeker deel.

En andermaal pakt hij zijn pen
en krabbelt ‘Vers 1A’.
Hij peinst als een
bezetene,
toch volgt hier niets meer na.

De dichter sluit voorgoed zijn schrift
en legt zijn vulpen neer.
Een schok treft zijn
poëtenziel:
De dichter is niet meer.
 
 
arian suasuna 412025 320

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jam (dubbele lobbbertang)

Het vrije vers begint dit jaar heerlijk zoet!
 
jam
Pixabay
 
De abt verheerlijkte zijn kloosterjam
en vond bij mij een zeer gewillig oor.
‘Een zaligheid,’ beweerde hij met klem.
Ik zwichtte voor zijn honingzoete stem,
al stond hij wijd bekend als kletsmajoor.
Vijf potten borg ik in mijn linnen tasje.
Niet dat ik mij aan eigen domheid stoor:
ik slijt ze wel aan leden van mijn koor
of aan mijn vrienden van het motorklasje.